|
|
||
|
Douaniers In de Aanval, Noord Italië 1805 In 1805 waren er weinig legertroepen gestationeerd in de Apennijnen regio in Italië. Oostenrijk dat weer in oorlog was met Frankrijk was hiervan ook op de hoogte en probeerde de lokale bevolking (die niet blij was met de Franse bezetting) aan te zetten tot een algemene oproer tegen het aldaar Franse leger en Franse gezag.
Het idee hierachter was ook dat door deze grote oproer Napoleon extra legereenheden naar het zuiden moest sturen en zo zijn leger in Duitsland, dat tegen de Oostenrijkse troepen aldaar vocht, verder zou moeten verzwakken.
Mede gefinancierd door de Oostenrijkers startte deze oproer een paar dagen voor de slag om Austerlitz, in een gebied van drie duizend vierkante kilometer groot. Toen de oproer eenmaal startte onder de bevolking zag Napoleon gelijk de ernst van de zaak in: "Une aussi grande et serieuse rebellion."
Generaal Junot Op 29 januari 1806, zond Napoleon zijn eigen 'Aide de campagne', generaal Junot, naar Italië. Na een korte uitleg over de situatie ter plaatse verzamelde deze alle voorhanden zijnde troepen, waaronder vele douaniers en gendarmes, en viel de rebellen resoluut aan (terwijl verdere hulptroepen bleven binnenstromen vanuit het Italiaanse koningrijk Genua en Ticino).
De opstand werd door het optreden van Junot vrij snel uitgeblust. Van de opstandelingen werden er twintig geëxecuteerd (waaronder twee priesters), vele verdwenen voor levenslang in de cel.
-Generaal Junot
Voghera Echter vele van de rebellen vluchten naar het nabij gelegen Voghera, waar de opstand sterker was geweest en veel gewelddadiger. Een Frans legerkonvooi werd hier onderschept, en vele wapens en munitie viel in de handen van de overgebleven rebellen. Met deze wapens wilden de rebellen opmarcheren naar de stad Alessandria.
Een Douane officier in deze plaats; kapitein Dubois-Aymé, vernam dit en melde zich vrijwillig om de rebellen tegen te houden. Goedgekeurd door de plaatselijke prefect vertrok deze met veertig andere douaniers richting Voghera, en beval aldaar om alle plaatselijke Douane brigades zich samen te voegen bij de plaats Casteggio, vlakbij Voghera.
Ondertussen was in Voghera zelf de legerstaf van de 27e militaire divisie samen gekomen voor het opmaken van een plan, hoe de rebellen uit te schakelen. Op de avond van 4 januari echter werd deze gewaarschuwd door een luitenant der Gendarmerie, die gestationeerd was in de plaats Monte Alto (waar zich 80 gendarmes en 200 douaniers bevonden), met de melding dat Monte Alto in de vroege morgen zou worden aangevallen door de rebellen en dat zonder hulp zij genoodzaakt zouden zijn om zich terug te trekken richting Voghera.
Ambois Op dat moment arriveerde ook Ambois met zijn 40 douaniers. Toen hij dit nieuws vernam vertrok hij zonder het nemen van enige rust naar Monte Valto, waar hij om 6 uur smorgens arriveerde. Aldaar stelde Dubois voor aan gendarme luitenant Paris om om samen met de de douaniers de rebellen aan te vallen, en deze zo geen tijd te geven om in te schatten hoe groot het aantal versterkingen precies was.
De gendarme officier weigerde dit echter, volgens hem zouden zelfs meer dan 5000 man de rebellen niet tegen kunnen houden. Dubois zou de aanval starten zonder de gendarmes.
Tegen de avond arriveerde hij met de 240 douaniers bij de plaats Casteggio, waar zich 160 andere wachtende douaniers aansloten. Zodoende bestond zijn 'leger' nu uit 400 douaniers, waarvan 30 te paard.
Snel zette Dubois de aanval in tegen de rebellen die nu snel richting Voghera optrokkenen en bestonden uit ongeveer 6000 goed bewapende mannen.
Het daarop volgende bloedige gevecht duurde meer dan zeven uur, waarna de overgebleven rebellen vluchten in alle richtingen, met achterlating van 1500 gevangenen, 400 doden en grote aantallen gewonden die achterbleven op het slagveld. De opstand was definitief neergeslagen.
Erkenning Generaal Massena, vroeg na deze brilliante militaire actie, om alle erkenning en eer voor de moedige douaniers, die hen dan ook werd toegekend. Kapitein Dubois kreeg het legioen van eer, en werd gepromoveerd tot Inspecteur der Douanes.
-Een foto van het dorpje Casteggio
De bovenstaande tekst is grotendeels rechtstreeks vertaald uit twee bronnen: -Het boek uit 1930, title: Le fiamme gialle d'Italia, geschreven door brigadier Sante Laria. -Tekstdocument opgezet door de huidige Italiaanse Douane.
Verder wil ik graag de schrijver 'Ben Pastor', woonachtig in Italië, bedanken voor het doorsturen van zijn informatie.
|
||
|
|
||