Geschiedenis van de Douanes Imperiales

"De geschiedenis van Napoleons douane corps was nagenoeg geheel vergeten. Ruim drie

jaar geleden startte ik uit eigen initiatief met een onderzoek naar hun uniformen en hun

geschiedenis,  vooral met het achterliggende idee om ooit een vereniging op te richten die

deze interessante eenheid uitbeeld op Napoleontische levende geschiedenis evenementen,,

 

,,De  onderstaande  tekst heeft me letterlijk  honderden  uren werk gekost. Informatie is alleen

maar in fragmenten te vinden, de kunst is om deze samen te binden tot een kloppend geheel,,

 

,,Helaas is op het einde van de19e eeuw het hele Franse douane archief verbrand. Daardoor

is het ook zo moeilijk om over de Douanes Imperiales gedetailleerde informatie terug te

vinden,,

 

 J.J.Duforez 

 

 

Toen en Nu

Het Douane corps onder Napoleon (Douanes Imperiales oftewel Keizerlijke Douane) en hun functioneren wordt vaak vergeleken met de huidige douane en haar taken. Natuurlijk

begrijpelijk, maar toch is het aantal verschillen groot. Ligt de huidige taak van de douane

bijna alleen nog op een controle van goederen en personen op luchthavens en zeehavens,

onder Napoleon waren de taken van douaniers echter veel meer divers, gevaarlijker en ook

meer militair van aard, een semimilitaire eenheid.

 

Ook is het functioneren van het  Franse douaneapparaat (na het vertrek van Napoleon)

grotendeels overgenomen door de andere landen in Europa.  Zelfs de kleur van de huidige

groene uniformen is terug te voeren op het eerste Franse donkergroene uniform.

Gereglementeerd in Februari 1800.

 

 

Het ontstaan

In April/Mei 1791 startte het Assemblée met de opzet van een ‘Douanes Nationales’ corps.

Een overheidsorgaan met ambtenaren die als taak meekregen; accijns controle, grens

bewaking en politie taken, aangestuurd door het ministerie van handel.

 

In Februari 1800 kreeg het corps voor het eerst een eigen uniform. In de eerdere jaren waren

de douaniers voornamelijk alleen herkenbaar aan een koperen plaat op hun (baudrier) sabel

riem, en droegen ze een document bij zich (een ‘commision’), dat verklaarde dat men

werkzaam was bij het Franse Douane corps.

 

 

 -Een douanier op wacht te Bordeaux (E.Fort)

 

 

Bij dit nieuwe gereglementeerde uniform hadden alle rangen een idem donkergroen uniform

van laken, en rangen waren zichtbaar via allerlei variaties in zilver galon of zilver stiksel op de mouwen en de kraag.

 

Het functioneren van de Douanes Nationales (en het latere douanes imperiales), hun rangen,

alle regels, accijnsheffingen op goederen, nieuwe wetgeving en regels, etc, werden in de Napoleontische tijd al bijgehouden in een zogenaamd  'Legislation des douanes' boekwerk,

dit boek is gedrukt in 1813 en betreft een tweede druk, meer info en foto's:

 

 

 

Onder Napoleon en tijdens de continentale blokkade kreeg het douanes apparaat complete volmachten voor  het juist uitvoeren van hun taken, verordend door Napoleon zelf. Douanes mochten bijvoorbeeld bij verdachte personen (ongeacht legergraad of burgerlijke status)

invallen en controles doen, dit alles om iedere handel in de verboden Engelse goederen tegen

te gaan.

 

 

-Directeur der douanes in zijn uniform (E.Fort)

 

 

Complex

Het douanes apparaat bestond uit een complexe veelvoud van functies en verschillende

'bureaus', de hoogste functie was die van douanes Directeur Generaal die rechtstreeks

verantwoording aflegde bij Napoleon zelf, hieronder een lijst van bureaus, rangen en functies

(van hoog naar laag) ;

 

 

1.Administratieve gedeelte

Hoogste functies

1 Directeur General des douanes

4 Administrateurs

1 Secretaris General des Douanes

 

Bureaux Administratifs (Administratieve kantoren)

Ministre du commerce

Aanwezige functies: chef du bureau des douanes, sous chef, sous chef adjoint directeur,

commis d’ordre, redacteurs second classe, plusiers commies aux expeditions.

 

l’Administration des douanes

Aanwezige functies: chefs de division, sous chefs, premiers commis, commis principaux,

commis d’ordre, commis aux expeditions.

 

Dans le directions

Aanwezige functies: premier commis, second commis, troisieme commis, quatrieme commis.

 

Emplois Superieurs

Aanwezige functies: inspecteurs generaux, directeurs, inspecteurs principaux, particulairs et sedentaires, sous inspecteurs.

 

Bureaux de Perception (Verzamel kantoren)

Dans les grandes douanes

Aanwezige functies: receveurs principaux, controleurs aux visites, premiers commis a la

navigation, controleurs aux entrepots, verificateurs, receveurs aux declarations, commis aux expeditions, commis a la recette, aides verificateurs, poseurs, emballeurs, concierges ou

portiers

 

Dans les douanes subordonnees

Aanwezige functies: receveurs particuliers, visiteurs, commis aux expeditions

 

 

2.Actieve gedeelte (Brigades)

Brigades

Aanwezige functies: controleurs de brigades, captain, lieutenant principaux et ordre,

lieutenant et sous lieutenant a pied et a cheval, preposes (a pied a cheval).

 

 

-Douanier a cheval (1812-1813, Knotel)

 

 

Militarisering

Na de kroning van Napoleon als keizer in 1804, wordt het ‘Douanes Nationales’ corps

omgevormd tot het 'douanes imperiales' corps. Hoewel nog steeds functionerend zoals voorgeschreven in de negentiger jaren, werden hun taken echter uitgebreid en had

Napoleon vooral een verdere militarisering van het corps voor oog.

 

Officieel is het douane corps nooit een legeronderdeel geworden onder Napoleon I, dit zou

pas in een latere periode gebeuren (jaren dertig van de 19e eeuw). Napoleon heeft meer

maals geprobeerd het corps te plaatsen onder het ministerie van oorlog en wilde zelfs in de

latere jaren douane eenheden laten plaatsen in zijn eigen garde. Dat dit alles niet gelukt is

kwam doordat de douane administratie een soort van vertraging tactiek toepaste op het

uitvoeren van nieuwe regelgeving, met betrekking tot militarisering.

 

Ze heeft dit doorgezet tot Napoleon uiteindelijk voorgoed zou verdwijnen in 1815.  Beweeg

reden voor dit gedrag, was hun angst dat Napoleon al hun manschappen alleen nog maar

zou inzetten voor militaire acties in plaats waarvoor het corps eigenlijk was opgezet in 1791, (accijnscontrole, grensbewaking en politietaken).

 

In de latere jaren echter werden vele douane eenheden ondanks tegenwerking van de

douane administratie, toch militair ingezet. Brigades werden o.a. samengevoegd en ingezet

ter ondersteuning van de regulaire leger eenheden, tijdens militaire acties, veldslagen en in

de verdediging van steden.

 

Uit een later geschreven biografie is ons bekend dat al reeds in 1808 steeds meer eenheden

der douanes ‘onder de wapenen’ werden geroepen.  Enige militaire inzet was echter ook al

in 1805 van toepassing, zie ook;

 

 

 

De militaire inzet zou na 1812 flink toenemen en deze zou pas eindigen in November 1815,

toen o.a. grotere douane eenheden nog steeds in gevechten verwikkeld waren aan de

Franse grenzen, tegen een overmacht aan voornamelijk Pruisische legers.

 

De door Napoleon geplande militarisering van het gehele douane apparaat was echter  in

het begin ook een grote verandering voor  de douaniers zelf, nooit hadden deze verwacht

dat Napoleon hun zou uitrusten met eigen uniformen en sjako's, en hen zou inzetten langs

alle nieuwe vreemde kusten en landsgrenzen van het groeiende Franse rijk.

 

Tegen het einde van het Napoleontische tijdperk waren hun aantallen bijna gelijk aan de overgebleven troepen in het veld,  en werden ze ingezet op de voorste posities. Vaak waren

ze dan nog de enige volledige geüniformeerde en ervaren troepen, naast de massa's 'Levis' en

'Marie Louises' eenheden, met bijna tot geen militaire ervaring.

 

 

-Tekening van een Inspecteur der Douanes

 

 

In Nederland.

In de zuidelijke Nederlanden verschenen de eerste Franse douane eenheden al in 1793, vlak

na de inname van deze gebieden door Frankrijk. Overal langs de Bataafse grens werden

douane posten en douane bureaus opgezet, in steden zoals Maastricht,Weert, Roermond

en in de omliggende dorpen en zelfs vaak in gehuchten), maar ook bij de grotere rivieren (bijvoorbeeld de Maas) waarover veel handelsgoederen werden verplaatst.

 

In 1806 werd Lodewijk Bonaparte (een jongere broer van Napoleon), koning van Holland,

en werd de Bataafse Republiek opgeheven. Er begint een kat en muis spel tussen Lodewijk

en zijn broer Napoleon over het uitvoeren van de continentale blokkade. Dat vooral

betrekking heeft op het niet goed willen uitvoeren van de internationale blokkade door broer Lodewijk, die zo een verarming van de Hollandse havensteden en zijn Koninkrijk wilde

voorkomen.

 

Dit loopt zo hoog op dat Lodewijk In begin1810 een verdrag moet ondertekenen waarin was

bepaald dat Franse douaniers werden toegelaten in koninkrijk Holland, om daar

smokkelaars en smokkelwaar op te pakken. Ook werd er onder Lodewijk in 1809 gestart met

het opzetten van een eenheid Hollandse douaniers gelijk aan het Franse douane apparaat,

die door hun Franse collega’s; de ‘Douaniers Hollandais’ genoemd.

 

Deze Nederlandse douaniers werden na Juli 1810 (na de annexatie van Koninkrijk Holland bij Frankrijk), ingelijfd bij het Franse douane corps.

 

 

-Een douanier a pied en douanier a cheval 1812-1815 (Vernet)

 

 

1810-1813

Na het verdwijnen van koning Lodewijk en het Koninkrijk Holland in juli 1810, werden in 1811

o.a. in de Hollandse steden Amsterdam en Rotterdam en meer het Noorden in de steden

Dockum en Eemden, douane bureaus opgezet; elk aangestuurd door een douane directeur

die zich verantwoorde aan de directeur generaal (Collin de Susy). (Deze vier bureaus vielen

allen onder het 4e division (legion) der douanes)..

 

 

Onder: Een van de eerste decreten m.b.t. de douanes imperiales, in voormalig Koninkrijk

Holland, September 1810, uitgevaardigd door Napoleon zelf.

 

      

 

 

 

Douane bureaus in voormalig Koninkrijk Holland

-Bureau Rotterdam, controlerende gebieden;

Rotterdam, Dordrecht, kuststreken tot aan Antwerpen. Van Rotterdam tot aan Haarlem

(deze stad viel niet onder dit bureau).

 

-Bureau Amsterdam, controlerende gebieden;

Amsterdam (in Amsterdam alleen al waren meer dan 400 douaniers gestationeerd), Haarlem,

de kusten van de Noordzee beginnende bij Haarlem tot aan de Zuiderzee, de eilanden

Vlieland, Texel, en de kusten van de Zuiderzee tot aan Elburg.

 

-Bureau Dockum, controlerende gebieden;

Dockum, De kusten van de Zuiderzee, beginnende bij Elburg, de kust van de Noordzee tot aan Delfzijl,de eilanden Terschelling, Ameland en Schiermonnikenoog.

 

-Bureau Eemden, controlerende gebieden;

Eemdse kust, vanaf Delfzijl tot aan de uiterste voormalige kusten van Holland (nu Duits kust

gebied).

 

 

In midden 1813 brokkelde de kracht van het Franse gezag langzaam af in het toekomstige Nederlandse grondgebied. De grotere Franse legereenheden trokken zich terug naar

Antwerpen, België en Frankrijk om zich daar te hergroeperen, en slechts kleine afdelingen

soldaten bleven achter in de steden. Ook de Franse beambten en vele douaniers verlieten

het Nederlandse grondgebied.

 

Vele vertrokken per schuit of per koets, met hun kinderen en vrouwen. Vele van hun hadden

tijdens het jarenlange verblijf in Nederland, een gezin met kinderen gesticht en vonden een

heelhuids heenkomen met hun gezin belangrijker, terwijl anderen achterbleven om te vechten

voor de Franse zaak.

 

 

-Brandende douane posten en kantoren in Amsterdam in 1813.

 De douane eenheden konden de stad echter al eerder vrij verlaten.

 

 

Oproer

Door deze situatie en het ontstaan van een machtsvacuüm ontstonden er al snel rellen en een

oproer in de Hollandse havensteden en Hollandse provinciën, gevoed door de gehate

internationale blokkade die voor armoede zorgde, maar ook door de gehate conscriptie en

ook door de nog steeds hoge Oranje gezindheid in de Hollandse provinciën.

 

Echter in Nederlands toekomstige Zuidelijke provinciën bleef het betrekkelijk rustig tijdens deze periode. Hier was de blokkade minder voelbaar geweest omdat men minder afhankelijk was

van handel alleen, en inkomsten meer kwamen uit landbouw en industrie. Ook was er weinig

tot geen binding met het Oranje huis, dat als ‘vreemdelingen’ werden gezien en had men de conscriptie en Franse gezag als iets onontkoombaar geaccepteerd.

 

Deze manier van denken zal veel te maken hebben met het feit dat deze gebieden al honderden jaren lang toebehoorden aan allerlei veroveraars uit het buitenland en had minder te maken

met een pro-Franse manier van denken, zoals vaak werd en wordt geopperd. Ook was het

zuiden reeds 20 jaar onderdeel van Frankrijk.

 

 

 -Spotprent; zoek maar uit, zoek maar uit, zes douaniers voor een duit

 

 

 

Bezet

Eind 1813 werden steden in het noorden van Nederland nog steeds verdedigd door kleine

Franse garnizoenen, waaronder zich ook eenheden van douaniers bevonden. In de meeste

gevallen bleven deze garnizoenen hun tijd uitzitten, met af en toe uitgevoerde kleine

uitbraken voornamelijk voor het vinden van voedsel. Uitzonderingen waren o.a. het beleg

van Gorinchem, Doesburg en Arnhem, waar fel werd gevochten.

 

Enkele van deze bezette steden bleven Frans tot in de maanden Maart en April 1814 .  In

April doet Napoleon afstand van zijn troon en vertrekt naar Elba. In Coevorden en de nog

andere bezette Nederlandse steden kregen de Franse garnizoenen een vrije uitgeleide,

officieel is dan ook de oorlog tegen Frankrijk  afgelopen en werd een nieuwe Franse regering geïnstalleerd.

 

Franse legeronderdelen (waaronder ook douane eenheden) verlaten dan voorgoed het

Nederlandse grondgebied. Een verslag over het beleg van Coevorden in 1813, waarbij ook

douane eenheden deel uitmaakten van het garnizoen:

 

 

 

Het Douanes Imperiales corps

De mannen in dienst van het douane corps waren allen ex-soldaten of veteranen, men

moest om in dienst te kunnen treden, een militaire achtergrond hebben. Aangezien het

Douanecorps zelf geen leger onderdeel was maar een overheidsorgaan, waren deze mannen

dan ook geen soldaten meer, maar ambtenaren. In dienst treden was vrijwillig, al werd er toch

actief geronseld op geschikte mannen.

 

Door het continue groeien van Napoleons Franse rijk, bleef het corps zelf ook enorm groeien.

In 1812 en 1813 bestond het corps uit 35.000 mannen, met een korte piek tot bijna 40.000 man.

 

 

Niet alleen Fransozen

Het betrof ook niet alleen Franse mannen die dienst namen, maar in de latere jaren ook

mannen uit Italië, Duitsland en uit Nederland. Uit een recentelijk klein onderzoek blijkt zelfs dat

het aantal Nederlanders in dienst van de keizerlijke douane veel hoger was dan altijd eerst aangenomen, tot nu toe is er echter nog nooit echt een diepgaande research naar gedaan.

Voor meer info over dit onderwerp:

 

 

 

Vrouwen in het douane corps ?

Zover als bekend bestond het douane corps voornamelijk uit mannen. Weinig tot niks is

bekend over in hoeverre er toen ook vrouwen in dienst werden genomen (voor eventuele

specifieke taken), zoals beschreven in de brief hieronder uit 1802. (met dank aan Du Sable).

 

Dit voorval heeft plaatsgevonden ruim voor aanvang van de continentale blokkade (1806).

In hoeverre nu dit idee later misschien is overgenomen (toen smokkelen veel algemener werd

en de aantallen smokkelaars veel groter waren), is niet bekend.

 

Een brief van Magnien, administrateur der Douanes van de Republiek;

 

Mainz, 12 prairial an X (1 juni 1802)

Citoyen  Directeur General,

 

(...) Smokkelwaar wordt voortdurend in kleine hoeveelheden Mainz binnengebracht via de

Kasselse brug. Bovenal zijn er vrouwen in betrokken, die de smokkelwaren verbergen onder

hun kleding.

 

De noodgedwongen fouilleringen van deze vrouwen door de preposes hebben klachten

opgeleverd van het publiek en van de burgemeester, en deze handelingen kunnen door de mannelijke douanes niet op de vrouwen worden uitgevoerd zonder inbreuk op netheid of

schaamte.

 

Om dit op te lossen heb ik bevolen dat een vrouw van een prepose, die goed bekend is en

eerlijk, en mij is aangewezen door de directeur, zal worden ingezet op het bureau bij de brug,

dat gesitueerd is bij de ingang. Zij zal daar alleen maar haar seksegenoten fouilleren.

Wanneer deze controle is verricht, zullen de preposes erbij komen om de in beslag genomen

zaken die zij gevonden heeft, te declareren.

 

Dit heeft reeds enkele confiscaties opgeleverd. Maar om deze dame verder te kunnen laten

werken en haar te belonen voor haar vlijt, is het nodig haar een vergoeding te betalen. Dit

kan niet minder zijn dan 400 francs per jaar, die het beste grotendeels te betalen zijn uit de opbrengsten van de confiscaties bij de vrouwen op de Kasselse brug, die tenslotte te danken

zijn aan de inzet van deze “visiteuse”. (...)

 

Deze maatregelen zijn vervolgens door de Directeur Generaal goedgekeurd.

 

 

(1) Administratieve onderdeel

De Douane eenheden waren opgezet als een semi-militair corps. Bestaande uit een 'actief'

(brigades) en een 'administratief' gedeelte, ieder met hun eigen rangen. Het administratieve gedeelte bestond uit een aantal ‘directions’ (administratieve bureaus) verdeeld over het

Franse rijk. Deze ‘directions’ waren weer onder verdeeld in vier douanes ‘divisions’ (divisies),

elk van deze 'divisions' werd aangestuurd door een hoge ambtenaar, de ‘administrateur ‘

genoemd.

 

Deze 'divisions' werden ook 'legions' genoemd, gelijk als bij de gendarmerie. De opzet van deze ‘directions’ was als volgt, (In Februari 1812):

 

- Premiere division, kantoren in de steden:

Toulon, Cette, Perpignan, Saint Gaudens, Baionne, Bordeaux, La Rochelle, Nantes, Lorient.

 

- Deuxieme  division, kantoren in de steden:

Brest, Saint Malo, Cherbourg, Rouen, Abbeville, Boulogne, Dunkergue, Besancon.

 

- Troisieme division, kantoren in de steden:

Marseille, Nice, Genes, Livourne, Florence, Rome, Foligno, Parme, Voghere, Verceil, Geneve,

Trieste.

 

- Quatrieme division, kantoren in de steden:

Anvers, Rotterdam, Amsterdam, Groningen, Embden, Hambourg, Lunebourg, Wesel, Cologne, Mayence, Strasbourg.

 

Elk van deze 'Directions' (oftewel douane bureaus) met al zijn administratieve krachten, werd aangestuurd door een douane directeur,  deze communiceerde weer met het desbetreffende ‘division’ waaronder hij viel.

 

Voor alle werkzaamheden rondom deze bureaus had men vele specifieke functies, elk met hun

eigen taken.

 

 

 -4 douaniers in hun donkergroene uniformen, waaronder een officier,

   opgetekend in Hamburg,1809

 

 

(2) De brigades

Los van het administratieve gedeelte waren er de douane brigades, hun posten verspreid op strategische plaatsen verdeeld over de Franse arrondissementen. Men werkte aan de lands

grenzen, kusten en grote rivieren met onzichtbare zogenaamde ‘linies’, een 1ste en 2e linie, verbonden via douaneposten die via een van te voren bepaalde afstand van elkaar af lagen.

 

Hun voornaamste taak was eerst het controleren van in en uitgaande goederen, grens

bewaking, en het uitoefenen van allerlei politietaken o.a. ordebewaking(vaak in samen

werking met de gendarmes), zoals ook al opgesteld in 1791. Hierbij kwam later de opsporing

van deserteurs en dienstweigeraars, het beschermen van hoge functionarissen en leger

officieren, bewaking van krijgsgevangenen en  terugkerende militaire inzet van de brigades.

 

De minimum leeftijd bij indiensttreding bij de Douane was 20 jaar. De maximum leeftijd was

30 jaar.

 

Mits men eerder had gewerkt in een andere bestuursdienst of als men meer dan acht jaar in

het leger of bij de marine had gediend (en men zich bij de douane aanmeldde in hetzelfde jaar

van ontslag. Dan was een maximum leeftijd grens van veertig jaar toegestaan.

 

 

 -Kleine douaneposten geplaatst als een soort 'linie van posten' langs de kusten,

  elk bezet door een aantal douaniers. Bij het spotten van smokkelaars werd een

  (rode) vlag gehesen, waardoor de nabij gelegen posten ook werden gewaarschuwd

  en konden mee ingrijpen.

 

 

Functies en rangen binnen de brigades

-Controleur der brigade:

De hoogste rang/functie binnen de brigade was die van controleur der brigades. Hij was verantwoordelijk voor de hele (algemene) gang van zaken in zijn arrondissement.

Verantwoordelijk voor de discipline bij de brigades in het arrondissement.

 

Hield veranderingen in orders bij, legde deze vast en controleerde of deze ook werden

uitgevoerd. Kon hij preposes naar voren schuiven voor een bevordering, maar ook voor een bestraffing. Wat dan weer beoordeeld werd door de douane directeur, waaronder  het arrondissement viel. Het douane apparaat had ook zijn eigen rechtbanken.

 

-Captain:

Hierna volgde de rang van douane kapitein (de ville, van de stad). Deze werden alleen ingezet

in de grote steden, vaak alleen in de hoofdstad van het arrondissement, waar zij verschillende brigades aanstuurden.

 

-Lieutenant principaux (principal):

In functie hetzelfde als de controleur, maar dit alleen in minder belangrijke en minder grote

arrondissementen, en viel direct onder aansturing van een douane inspecteur of sous

inspecteur.

 

-Lieutenant dórdre:

Tijdelijke baas over de brigades in een arrondissement, dat extra aandacht en extra controle benodigde. En o.a. alle dagreportages van de luitenanten controleerde.

 

-Lieutenant et sous lieutenant:

Feitelijke chefs der brigades, waarbij de sous lieutenant de taken van de lieutenant overnam

als deze afwezig was. Men kon de functie van sous lieutenant al verwerven na 3 maanden

dienst gedaan te hebben als prepose.

 

-Prepose:

De meest voorkomende functie binnen de brigades, feitelijk de 'backbone' van het hele corps.

 

(note: de rang van brigadier die nog wel eens wordt genoemd in de oude boeken, bestond

nog niet onder Napoleon I, deze rang werd later pas ingevoerd)

 

 

-twee douaniers doorzoeken goederen in een haven (E.Fort)

 

 

Een douane post

Een douanepost was vaak niet meer dan een gehuurd pand of woning, dat als administratief bureau fungeerde, om bezoekers te ontvangen en om enige goederen in op te slaan. Het was verplicht om bij elk bureau een uithangbord te plaatsen met de tekst; Douanes Imperiales. Slaapverblijven en woonruimte waren ergens anders voorzien, namelijk een woning of een

kamer in een herberg, waar men voor een bepaald bedrag huur verbleef, eventueel samen

met zijn gezin.

 

De posten hadden ook voorgeschreven openingstijden:

Van 1 april tot 30 september van 7.00 - 1200 uur en van 14.00 - 19.00 uur. In de periode

1 oktober tot 31 maart van 8.00 - 12.00 uur en van 14.00 - 18.00 uur.

 

Was het normaal de luitenant die de administratieve handelingen bijhield, werd deze taak

echter ook vaker overgenomen door de belastinginner (receveur), die zijn ronde deed over

verschilde posten onder het ‘direction’ en soms ook tijdelijk op een post verbleef. Werd ergens

een nieuwe post geopend dan werd dit bekend gemaakt via decreten, opgehangen in de

dichts bijzijnde parochies.

 

Lezers zijn vaak verwonderd over het feit dat er in de Napoleontische tijd al zoveel regel

geving was, men weet vaak helemaal niet dat de Napoleontische periode enorm

bureaucratisch was, misschien zelfs nog uitgebreider (lees erger) dan in de huidige moderne

tijd.

 

 

-Een afgelegen douanepost vlak bij een grote rivier

 

 

Groen overal

Door al deze taken werden de douane brigaden een bijna dagelijks terugkerend iets, in het dagelijkse leven van vele burgers, die leefden in het Franse rijk. Hun functie was het meest gevaarlijke maar tevens ook het slechts betaalde. Het gemiddelde loon voor een douane

prepose, de laagste rang in de brigade, was vastgesteld op 500 franc per jaar. Maar was de

beloning in afgelegen (lees gevaarlijkere) gebieden hoger en lag dan op een +/- 900 franc

per jaar.

 

Tevens was er een soort van bonus regeling (soms ook een percentage van in beslag

genomen goederen) maar ook voor iedere deserteur, dienstweigeraar, crimineel etc, die door

een douanier of brigade werd opgepakt. Verder had men toen al recht op verlofdagen, vergoedingen via declaraties (met een maximum grens voor iedere rang) en recht op een

pensioen van de staat. Een eventueel eigen ontslag kon schriftelijk aangevraagd worden.

 

 

Bezittingen

Om een idee te krijgen wat een doorsnee douanier nou zoal bezat; een lijst van kleine

bezittingen van een Franse prepose (Carbonneaux), die werkzaam was in Duitsland in

1811 is door een rechterlijk geschil bewaard gebleven. Wat al gelijk al opvalt is dat

blijkbaar ook voor een normale prepose, vele kleding gemaakt van katoen en zelfs zijde

(die toen zeer duur waren), toch binnen bereik vielen:

 

 

 

Terwijl zoals al beschreven, de brigades in het veld dag en nacht hun veel gevaarlijker werk

moesten uitoefenen, werkten de administratieve eenheden relatief veel veiliger op hun

kantoren, en werden deze ook beter betaald dan de mannen binnen de brigades.

 

Door deze ongelijkheid was er dan ook altijd veel spanning tussen beide. De naar verhouding

lage betaling en het feit dat men geplaatst werd ineen positie om gemakkelijk veel geld te

kunnen verdienen, zorgde ervoor dat vele douane beambten binnen de brigades zich schuldig zouden maken aan corruptie, door vergoedingen te ontvangen van smokkelaars om hun

spullen door te laten, of door zelf spullen te gaan smokkelen.

 

Straffen hiervoor waren echter zeer hoog, een douane beambte die werd opgepakt voor

corrupte praktijken kon rekenen op lange gevangenis straffen in ijzers of zelfs om gefusilleerd

te worden. Ondanks deze maatregelen was er veel corruptie onder de beambten en bedacht

de administratie steeds nieuwe regels om corruptie tegen te gaan. Zo mochten douane

beambten niet dicht bij de grenzen wonen en werden ze regelmatig verplaatst op andere

posten.

 

 

Indeling brigades

Een gemiddelde functionele brigade in het veld, bestond uit een 6/8 douane preposes

(of minder, afhankelijk van hun taken), vaak een tweede (sous) luitenant en een luitenant.

Bij samengevoegde brigades was er ook vaak een tamboer ingedeeld.

 

De brigades in het veld werkten ook al met honden die een smokkelaar of deserteur  konden tegenhouden. De hogere rangen zoals de kapitein of controleur der brigades, voerden hun werkzaamheden voornamelijk uit op hun kantoor,  en zullen zelden met de brigades zelf in

het veld onderweg zijn geweest.

 

 

-Een aantal smokkelaars brengen hun verboden goederen aan de kust

 

 

De Continentale Blokkade

(oftewel het Continentaal stelsel)

Is een reeks van besluiten, die te samen een economische oorlog vormden tussen Engeland en Frankrijk en eigenlijk parallel liep met de militair gevoerde oorlog.

 

Het was Engeland en niet Frankrijk (zoals meestal wordt aangenomen) die hiermee startte in

1803. In dit jaar begon Engeland de invoer van waren uit landen met Franse invloed reeds te belemmeren, en maakte daarbij handig handig gebruik van hun sterke zeemacht om hun verbodsbepalingen kracht bij te zetten.

 

In 1806 verklaarde Engeland de gehele kustlijn van Brest tot Hamburg voor geblokkeerd.

Waarop Napoleon antwoordde met het decreet van Berlijn, waarbij alle handel met Engeland verboden werd aan Frankrijk en met Frankrijk verbonden landen.

 

Engeland ging hierop nog een stap verder; alle vreemde schepen (ook de neutrale) moesten

Londen en andere Engelse havens aandoen om daar gevisiteerd te worden en om verlof te

vragen(voor grof geld) om hun reis te kunnen voortzetten.

 

 

Napoleon reageert

Napoleon riep hierna het decreet van Milaan uit in 1807, dat elk schip, dat zich aan deze eis

zou onderwerpen, verbeurd werd verklaard mocht het weer een Franse of een van de

verbondenen havens aandoen. Door deze blokkades stegen de prijzen van koloniale goederen enorm, en het bedrijf van smokkelen werd zeer winstgevend. Gehele klassen binnen de

bevolking hielden zich ermee bezig en werd er gesmokkeld op een schaal zoals nog nooit eerder

in de menselijke geschiedenis was voorgekomen.

 

Door de grote winsten,  het vele geld, betrekkelijk makkelijk verdiend en ook weer verbrast

werd gewoon werk vervolgens geminacht. Niet alleen de smokkelaars zelf waren betrokken

bij het smokkelen maar ook de talloze tussenpersonen, die zorgden voor vervoer binnenslands,meest te water, en eindelijk zij, die het waren in de grote steden, de goederen in ontvangstnamen en opsloegen in geheime bergplaatsen, vanwaar zei heimelijk de de

consumenten bereikten.

 

Middelpunt van de smokkelhandel in het noorden werd de kust van Oost Friesland met haar

talloze baaien en inhammen, van oudsher een oord voor zeerovers en smokkelen. Napoleon

kon niet voorkomen dat van hieruit geweldige hoeveelheden verboden warenaan land

werden gebracht. De bewaking die alleen vanuit landszijde kon geschieden (i.v.m. de

aanwezige Engelse marine) was onvoldoende.

 

Ondanks hoge aantallen binnenkomende goederen, waren deze al niet meer te betalen door

de 'gewone man', doordat de algemene welvaart in vele landen was ingezakt; door de aanhoudende oorlogen, belastingverhogingen en de blokkades. Deze achteruitgang deed zich echter voornamelijk voelen in de grotere steden in tegenstelling tot de betrekkelijke welvaart

op het platteland.

 

Immers voor veel producenten en boeren in eigen land was de blokkade juist een voordeel.

Door het gemis en wegvallen van de Engelse goederen, steeg de vraag naar waren uit

eigenland. Productie in graan en suiker steeg, men begon overal met het planten van suiker bieten,ter vervanging van de rietsuiker. Ook de textiel industrieën in Nederland bloeiden weer

op.

 

 

Stad van de smokkelaars

In de latere jaren van het Franse rijk (1810-1814), liet Napoleon Engelse smokkelaars toe in de

Franse havens Duinkerken en Gravelines, en motiveerde hun om verboden goederen te

vervoeren over het kanaal. In Gravelines waren zelfs woonplekken geregeld voor ongeveer

300 smokkelaars, dit in een bepaalde plek van de stad ook wel genoemd: 'stad van de

smokkelaars'.

 

Napoleon gebruikte deze smokkelaars in zijn oorlog tegen Engeland. Deze arriveerden op de

Franse kusten met ontsnapte Franse soldaten, gouden Guineas, Engelse kranten, informatie

van Franse spionnen en voeren weer terug volgeladen met Franse textiel, Franse brandy en

gin.

 

Hiervoor werden zelfs geheel nieuwe stokerijen opgezet, een ervan opgericht in 1812, Distellerie Persyn, bestaat nog steeds;

 

 

 

Meer info over de Continentale blokkade vindt je o.a. op de site van Wikipedia:

Continentale blokkade

 

 

 

 -Afgebeeld een drietal manieren die werden gebruikt om

  verboden goederen te smokkelen over water.

 

 

Een Leger van Smokkelaars

In 1806 (vlak na het uitroepen van de blokkade aan Franse zijde) waren er al minstens meer

dan 100.000 smokkelaars actief om de blokkades te omzeilen. Actief mee ondersteund door Engeland, kwamen de verboden goederen het Franse rijk massaal binnen.

 

Het aantal smokkelaars steeg nog eens flink in de jaren erop, sommigen goed georganiseerd

en goed bewapend. Een steeds terugkerend gevaar voor  de douane eenheden, die zwaar in

de minderheid (in de vroegere jaren 22.800 man verspreid over het hele rijk), niet veel konden uitvoeren tegen deze overmacht.

 

Desondanks dit werd de strijd tegen smokkelaars en smokkelwaar hard ingezet, zelfs met

douane brigades die op vijandelijk grondgebied raids inzetten om de zich daar bevindende

grote ladingen Engelse goederen te vernietigen of mee te nemen.

 

Militaire commandanten en de bestuursorganen moesten de Douane altijd hun ondersteuning aanbieden als hierom gevraagd werd. Nationale garde, linietroepen en de Gendarmerie

nationale moesten ook altijd hun medewerking verlenen. Weigeren werd bestraft als ongehoorzaamheid aan de Franse staat.

 

(Een voorbeeld hiervan is de ondersteuning van het 85ste linie regiment in het doorzoeken van huizen in de stad Hamburg, waar vaker grootschalige razzia's werden gehouden, op zoek naar verboden Engelse goederen. In Hamburg werd enorm veel smokkelwaar verhandeld.

 

 

-Een groep smokkelaars gevolgd door douaniers

 

 

Confrontaties

Confrontaties met smokkelaars kwamen vaak voor, die dan ontaarden in kleinschalige

gevechten aan de kusten of ergens op het platteland, waarbij menigeen aan beide zijde zijn

leven verloor. Maar ook de douaniers op de kleine douane schepen die verplicht (ondanks

de overal aanwezige veel sterkere Engelse marine) zee moesten kiezen, en eenmaal ontdekt,

door eerder genoemde werden aangevallen en vaak geënterd, hadden geen gemakkelijke

taak. Engelse zeelieden noemden hun: de regies.

 

Door hun opgelegde taken waren ze niet geliefd.  De strijd tussen douaniers verharde ook naargelang de blokkade langer ging duren. In verhouding met een gewoon soldaat was het

werk van een douanier ook gevaarlijker. Een kans om gedood te worden of zwaar gewond

was voor een soldaat bijna alleen van toepassing tijdens deelname aan een veldslag,

daarnaast had hij een relatief veilig leven tussen zijn kameraden van het regiment.

 

Een douanier kwam iedere dag in een situatie terecht waarin hij gewond of vermoord kon

worden, hij was meestal omringd door een vijandige omgeving, en naar verhouding altijd

flink in de minderheid tegenover de bendes smokkelaars, die gewapend en onherkenbaar

zich door de contreien bewogen.

 

Men leest vaak dat douaniers werden vermoord, werden verrast en doodgeschoten in een hinderlaag (zelfs op hun eigen posten), waarvan de smokkelaars precies wisten waar die

lagen. Men moest opstanden neerslaan en rebellie tegengaan, en werd vaak betrokken in

lokale vechtpartijen.

 

 

-Smokkelaars in een boot naderen de Franse kust

 

 

Geen lieverdjes

Wederzijds waren douaniers in de brigades natuurlijk ook geen lieverdjes te noemen, vaak al

als soldaat gediend hebbende in het leger was men gehard en gewend aan bepaalde vormen

van geweld die men had meegemaakt of aan had deelgenomen tijdens militaire handelingen.

En was men dus ook sneller bereid om geweld te gebruiken op een bepaalde plek en situatie,

waar men altijd als een vijand werd gezien en waarschijnlijk ook zo werd behandeld.

 

Officieel vastgesteld was het iedereen verboden om douaniers te beletten in het uitvoeren van

hun functie, te verwonden of slecht te behandelen. Dit op straffe van een algemene boete van

500 franc, daarnaast naargelang de zwaarte van de overtreding nog andere straffen.

 

 

Douane regimenten / bataljons / compagnieën

Na de ramp voor het Franse leger in Rusland (1812), trokken de laatste resten zich terug tot in Duitsland. Tussen het leger en de Russen werd een dunne groene barrière gevormd van douane eenheden, verzameld en aangevoerd door Marshall Davout en douane directeur Pyonniere.

 

Ook wordt er een douane regiment opgezet, dit na een bevel van Davout zelf, uitgeschreven op

17 augustus 1813, bestaande uit 2 bataljons met elk 6 compagnieën, met eigen cavalerie en

artillerie eenheden, samen zo'n 2000 man sterk.

 

Ook werden er in Duitsland vele douane compagnieën gevormd die fungeerden als hulp

troepen en het leger eenheden ondersteunden bij allerlei militaire acties, zoals bij de aanval

op de stad Luneburg in April 1813, die ontaarde in hevige gevechten, zowel in de stad alsook

op de hoogte vlakte achter de stad, voor het gehele verhaal ;

 

 

 

Beleg van Hamburg

Douanes eenheden werden toegevoegd bij onderdelen van het leger, aangevoerd door leger officieren of de eigen officieren. Bij het beleg van Hamburg, werden eenheden ingezet voor de verdediging van de bastions.

 

Een speciale eenheid 'scherp- schutters', onder commando van douane kapitein Lavandeze,

werd ingezet om met een groot kaliber haakbussen, gemonteerd op een houten constructie, op grote afstand vijandelijke eenheden uit te schakelen (waarschijnlijk de officieren).

 

Vanaf de Hamburgse haven namen kleine douane kanonneerboten de vijand ook hevig onder

vuur. Helaas ook in Hamburg waren er niet alleen douaniers die vochten voor de Franse zaak,

maar waren er ook douane collega's die meer financieel bezig waren..

 

..Vlak voor de vrije uittocht van het Franse leger uit Hamburg in 1814, probeerden douaniers

het geld mee te nemen uit een aldaar gelegen bank. Deense matrozen die waren vastgehouden

in Altona (een voorstad van Hamburg) voorkwamen dit, er ontstond een hevig gevecht

waarbij aan de kant van de douaniers 30 doden vielen.

 

 

-Plan van de vestingstad Thionville o.a verdedigd door douaniers

in 1814 en 1815

 

 

1814

Begin 1814 stort het gehele douane systeem helemaal in. De overgebleven Douane eenheden

werden samengevoegd in het huidige België en aan de Franse grens om het Franse grond

gebied en haar grenssteden te blijven verdedigen.

 

In steden zoals Mayence, Landau, Strasbourg, Huningue, en meer in het westen: Thionville,

Metz, Belfort en Besançon en in vele andere steden bevonden zich garnizoenen waarin ook

grote aantallen douaniers aan deelnamen, douane eenheden vochten ook mee tijdens de

verdediging van Antwerpen en Parijs. Tijdens en rondom de slag om Hoogstraten werden eenheden douaniers ingezet als scouts voor het leger, begeleiden ze de troepen

verplaatsingen en voorraden die tussen de Hoogstraten regio en Antwerpen werden vervoerd

samen met de Gendarmes.

 

Na het vertrek van Napoleon in 1814, kreeg het corps zijn oude naam terug, de 'Douanes Nationales'. Ondanks dat er grote aantallen keizer gezindten onder de mannen zaten, werden

er geen zuiveringen doorgevoerd.

 

Een grove fout, want het gehele corps schaart zich dan ook weer gelijk achter Napoleon als

deze op 1 maart 1815 voet op wal zet in Antibes (Frankrijk). In zijn weg naar Parijs werd hij

vrijwillig gevolgd door o.a. meer dan 500 douaniers om zijn veiligheid te waarborgen en

eventuele vijanden tegemoet te treden.

 

 

 -Afgebeeld een douanier 'a cheval en a pied', maker onbekend

 

 

Douanes eenheden te Waterloo ?

In mei 1815 wordt weer melding gemaakt van douane eenheden in voorpost gevechten met Pruisische legereenheden  aan de Franse grens.

 

Tot op heden is het ons nog steeds niet bekend of er daadwerkelijk ook Douanes eenheden

hebben meegevochten voor en tijdens de slag om Waterloo. Mocht hierover ooit iets gedocumenteerd zijn dan zijn deze documenten waarschijnlijk mee verloren gegaan tijdens

de vernietiging van het Franse douane archief in Parijs (einde 19e eeuw), door een grote

uitslaande brand.

 

Aannemelijk is het echter wel, er waren in 1815 nog veel grote aantallen douaniers, die na het inkrimpen van het Franse rijk en het opheffen van de continentale blokkade weinig anders om handen zullen hebben gehad dan bijvoorbeeld samen met het leger te worden ingezet.

 

In een lijst die de sterkte van Napoleons leger weergeeft (opgezet in begin Juni 1815), wordt

melding gemaakt van 12.000 douaniers, geïncorporeerd in het leger als lichte ondersteunende infanterie.

 

 

Douanier Sacré

Echter een klein bewaard gebleven document zou een indirect indicatie kunnen zijn, dat er

misschien wel douaniers hebben meegevochten o Waterloo of vlak erna.

 

Douanier  Sacré was werkzaam in het Nederlandse Hindelopen, en zal waarschijnlijk in 1813

het land hebben verlaten samen met de resten van het Franse legers en vele van zijn collega's.

De eerstvolgende vermelding over hem is op 19 augustus 1815, dit in het militaire ziekenhuis

te Philippeville (vlak onder Charleroi en Waterloo). Alwaar hij op eerder genoemde datum aan

zijn verwondingen is overleden, in de functie als douanier. (genoteerd op 19 augustus 1815

aldaar door een informé).

 

Mogelijk is  dat Sacré gewond is geraakt tijdens de gevechten rondom Waterloo, natuurlijk

zou hij ook pas op een later datum zijn verwondingen hebben opgelopen, dus bij gevechten

die volgden na de slag om Waterloo (in de buurt), zeker zullen we dit nooit precies weten.

Hard bewijs ontbreekt tot nu toe nog steeds.

 

Bekijk ook de mooie site van het Belgische Waterloo museum ;

 

 

 

 

-Schilderij van Napoleon; een uitgeputte en snel verouderde

 keizer Napoleon,1813-1815

 

 

Na Waterloo

Na de nederlaag te Waterloo in Juni 1815, trekt het ontredderde Franse leger zich terug op

Franse bodem, Pruisische legers naderden de Franse grens en Franse grenssteden.

 

Ook nu worden deze verdedigd door o.a. de douane eenheden, in versterkte steden zoals Givet, Belfort, Longwy  en Rodemack bieden deze onder aanvoering van generaals zoals generaal

Hugo en enkele andere overgebleven generaals nog weerstand tot op het eind van November

1815, vijf maanden na Waterloo! Eigenlijk ook weer eens stukje vergeten geschiedenis,

aangezien geschiedenisles meestal stopt na de slag om Waterloo..

 

Uiteindelijk werd na verscheidene oproepen vanuit Parijs (door de nieuwe vers geïnstalleerde

Franse regering), de strijd gestaakt en een vredesverdrag gesloten. Vlak hierna verdwijnt de keizerlijke adelaar voorgoed van de douane uniformen en wordt het corps omgevormd voor

de tweede keer tot de 'Douanes Nationales'. Ditmaal echter wel gevolgd door een zuivering.

 

 

 

-Monument ter ere aan gesneuvelde douaniers, bij de verdediging van de Franse stad Givet,

die op 3 september 1815 werd aangevallen door Pruisische eenheden. De douaniers maakten

deel uit van het 'legion des Ardennes'; 2e bataljon 1e compagnie en 2e bataljon 3e compagnie.

 

 

 

 

 

 

 

Research bronnen

Documenten: Cahier des Douanes (Douane France), Douanemuseum Bordeaux, Douane en accijnsmuseum Rotterdam, Douane museum Antwerpen, Boek: Legislation de Douanes 1813, Edmond Zotto, Andre Lucot, Boek: Memoires de General Hugo 1814, Laura Sacre, Sebastiaan Berntsen, Boek: Le fiamme gialle d'Italia, E.Fort, Lienhart & Humbert, Joost Welten, Boek:Napoleons Europese droom, Website: Genealogie 19 eeuwse militairen, Erven van Charles Hare, Albert van E, Boek: De Fransche Tijd, Boek: 1815 Waterloo, tientallen originele vertaalde documenten en teksten op vele verschillende internet websites.