De Geschiedenis van Napoleons douane instrument:

 

Douanes Imperiales

 

"De geschiedenis van Napoleons Douanes Imperiales (Keizerlijke douane) corps was nagenoeg geheel vergeten. Ruim drie jaar geleden startte

ik uit eigen initiatief met een onderzoek naar hun uniformen en hun geschiedenis,  vooral met het achterliggende idee om ooit een vereniging

op te richten die deze interessante eenheid zou uitbeelden op Napoleontische re-enactment evenementen binnen Europa.

 

De  onderstaande  tekst heeft me letterlijk  honderden  uren werk gekost. Informatie is meestal alleen maar in fragmenten te vinden, de kunst

was om deze samen te binden tot een kloppend geheel.

 

Helaas is op het einde van de19e eeuw het gehele Franse douane archief verbrand. Daardoor is het nu ook zo moeilijk om over de Douanes

Imperiales gedetailleerde informatie terug te vinden."

 

 Erik Schoutens.

 

 

 

DOUANE TOEN EN NU

Het Douane corps onder Napoleon en hun functioneren wordt vaak vergeleken met de huidige douane en haar taken. Natuurlijk begrijpelijk,

maar toch is het aantal verschillen erg groot. Ligt de huidige taak van de douane bijna alleen nog op een controle van goederen en personen

op luchthavens en zeehavens, onder keizer Napoleon waren de taken van douaniers veel meer divers, gevaarlijker en ook meer militair van

aard, feitelijk een para militaire eenheid met eigen uniformen en voorzien van wapens.

 

Ook is de opzet/functioneren van het  Franse douaneapparaat (onder het ancien regime en Napoleon) later grotendeels overgenomen door

de andere landen in Europa die er hun voordeel in zagen.  Zelfs de kleur van de huidige groene uniformen in verschillende landen, is terug te

voeren op het eerste Franse donkergroene uniform. Gereglementeerd in Februari 1800.

 

 

HET EERSTE MODERNE DOUANE APPARAAT

In April/Mei 1791 startte het Assemblée met de opzet van het zogenaamde ‘Douanes Nationales’ corps. Feitelijk een overheidsorgaan met

ambtenaren die als taak meekregen; accijns controle, grensbewaking en politie taken, aangestuurd door het ministerie van handel en van

manufacturen.

 

Pas in Februari 1800 kreeg dit corps voor het eerst een eigen uniform toegewezen. In de eerdere jaren waren de douaniers voornamelijk

alleen herkenbaar aan een koperen plaat op hun sabelriem, en droegen ze een document bij zich (een ‘commision’), dat verklaarde dat men

werkzaam was bij het Franse Douane corps. Bij dit nieuwe gereglementeerde uniform hadden alle rangen een idem donkergroen uniform van

laken. Rangen waren zichtbaar via allerlei variaties in zilver galon of zilver stiksel op de mouwen en de kraag.

 

Het functioneren van de Douanes Nationales (en het latere Douanes Imperiales), hun rangen, alle regelgeving, accijnsheffingen op goederen,

nieuwe wetgeving enz. werden bijgehouden in een zogenaamd 'Legislation des douanes' boekwerk ingaand vanaf 1791 en steeds meer

aangevuld en gewijzigd in de daarop volgende jaren. Voorbeelden van deze boeken zijn terug te vinden op Google Books.

 

 

COMPLEX

Het douanes apparaat bestond uit een complexe veelvoud van functies en verschillende 'bureaus'. De hoogste functie was die van douanes

Directeur Generaal die rechtstreeks  verantwoording aflegde bij Napoleon zelf, hieronder een uitleg:

 

 

-Kader

1 Directeur General des douanes (De sussy)

4 Administrateurs

1 Secretaris General des Douanes

 

-Bureaux administratifs (administratieve kantoren)

Ministre du commerce

Functies: chef du bureau des douanes, sous chef, sous chef adjoint directeur, commis d’ordre, redacteurs second classe, plusiers commies aux

expeditions.

 

l’Administration des douanes

Functies: chefs de division, sous chefs, premiers commis, commis principaux, commis d’ordre, commis aux expeditions.

 

Dans le directions

Functies: premier commis, second commis, troisieme commis, quatrieme commis.

 

Emplois Superieurs

Functies: inspecteurs generaux, directeurs, inspecteurs principaux, particulairs et sedentaires, sous inspecteurs.

 

-Bureaux de perception (verzamel kantoren)

Dans les grandes douanes

Functies: receveurs principaux, controleurs aux visites, premiers commis a la navigation, controleurs aux entrepots, verificateurs,

receveurs aux declarations, commis aux expeditions, commis a la recette, aides verificateurs, poseurs, emballeurs, concierges ou portiers

 

Dans les douanes subordonnees

Functies: receveurs particuliers, visiteurs, commis aux expeditions

 

-Brigades (brigades in het veld)

Brigades

Functies: controleurs de brigades, captain, lieutenant principaux et ordre, lieutenant et sous lieutenant a pied et a cheval, preposes

(a pied a cheval).

 

 

 

Het douane apparaat bestond uit een aantal ‘directions’ (oftewel arrondissementen) verdeeld over het Franse keizer rijk elk aangestuurd door

een douane directeur. De  ‘directions’ zelf waren weer onder verdeeld in vier douanes ‘divisions’ (divisies), elk aangestuurd door een hoge

ambtenaar: de ‘administrateur ‘ genoemd. De 'divisions' werden ook wel 'legions' genoemd, gelijk als bij de gendarmerie.

 

De opzet van de ‘directions/legions’ was als volgt in Februari 1812:

- Premiere division, kantoren in de steden:

Toulon, Cette, Perpignan, Saint Gaudens, Baionne, Bordeaux, La Rochelle, Nantes, Lorient.

 

- Deuxieme  division, kantoren in de steden:

Brest, Saint Malo, Cherbourg, Rouen, Abbeville, Boulogne, Dunkergue, Besancon.

 

- Troisieme division, kantoren in de steden:

Marseille, Nice, Genes, Livourne, Florence, Rome, Foligno, Parme, Voghere, Verceil, Geneve, Trieste.

 

- Quatrieme division, kantoren in de steden:

Anvers, Rotterdam, Amsterdam, Groningen, Embden, Hambourg, Lunebourg, Wesel, Cologne, Mayence, Strasbourg.

 

 

DE DOUANE BRIGADES

Eigenlijk los van het administratieve gedeelte en verzamelkantoren waren er de douane brigades. Hun posten verspreid langs de grenzen van

het keizerrijk, langs de kusten en grote rivieren in onzichtbare zogenaamde ‘linies’, een 1ste en 2e linie, verbonden met elkaar. Zij moesten

zorgen dat er geld in het laatje kwam.

 

Hun voornaamste taak was in eerste instantie het controleren van in en uitgaande goederen, grens bewaking, en het uitoefenen van politie

taken zoals ordebewaking (vaak in samenwerking met de gendarmes). Hierbij kwam later de opsporing van deserteurs en dienstweigeraars,

het beschermen van hoge functionarissen en legerofficieren, bewaking van krijgsgevangenen en toenemende militaire inzet van de brigades.

 

De minimum leeftijd bij indiensttreding bij de Douane was 20 jaar. De maximum leeftijd was 30 jaar. Mits men eerder had gewerkt in een

andere bestuursdienst of als men meer dan acht jaar in het leger of bij de marine had gediend (en men zich bij de douane aanmeldde in

hetzelfde jaar van ontslag. Dan was een maximum leeftijd grens van veertig jaar toegestaan. Op het eind van het keizerrijk werden regels

voor indiensttreding echter flink versoepeld door een tekort aan aanbod van geschikte mannen.

 

De rangen binnen de brigade van hoog naar laag:

 

-Controleur der brigade:

De hoogste rang/functie binnen de brigade was die van controleur der brigades. Hij was verantwoordelijk voor de hele (algemene) gang van

zaken in zijn arrondissement. Verantwoordelijk voor de discipline bij de brigades in het arrondissement.  Hield veranderingen in orders bij,

legde deze vast en controleerde of deze ook werden uitgevoerd. Kon hij preposes naar voren schuiven voor een bevordering, maar ook voor

een bestraffing. Wat dan weer beoordeeld werd door de douane directeur, waaronder  het arrondissement viel. Het douane apparaat had

ook zijn eigen rechtbanken.

 

-Captain:

Hierna volgde de rang van douane kapitein (de ville, van de stad). Deze werden alleen ingezet in de grote steden, vaak alleen in de hoofdstad

van het arrondissement, waar zij verschillende brigades aanstuurden.

 

-Lieutenant principaux (principal) titel geen rang:

In functie hetzelfde als de controleur, maar dit alleen in minder belangrijke en minder grote arrondissementen, en viel direct onder aansturing

van een douane inspecteur of sous inspecteur.

 

-Lieutenant dórdre, titel geen rang:

Tijdelijke baas over de brigades in een arrondissement, dat extra aandacht en extra controle benodigde. En o.a. alle dagreportages van de

luitenanten controleerde.

 

-Lieutenant et sous lieutenant:

Feitelijke chefs der brigades, waarbij de sous lieutenant de taken van de lieutenant overnam als deze afwezig was. Men kon de functie van

sous lieutenant al verwerven na 3 maanden goede dienst gedaan te hebben als prepose.

 

-Prepose:

De meest voorkomende functie binnen de brigades, feitelijk de 'backbone' van het hele corps.

 

De rang van brigadier die nog wel eens wordt genoemd in de oude boeken, bestond nog niet onder Napoleon I, deze rang werd later

pas ingevoerd. Een gemiddelde functionele brigade in het veld, bestond uit een 6-8 preposes. Een onder (sous) luitenant en een luitenant.

 

 

 

COMPLETE VOLMACHT

Onder Napoleon en tijdens de continentale blokkade kreeg het douanes apparaat complete volmachten voor  het juist uitvoeren van hun

taken, verordend door Napoleon zelf. Douanes mochten bijvoorbeeld bij verdachte personen (ongeacht legergraad of burgerlijke status)

invallen en controles uitvoeren, dit alles om iedere handel in de verboden Engelse goederen tegen te gaan.

 

 

MILITARISERING

Na de kroning van Napoleon als keizer in 1804, wordt het ‘Douanes Nationales’ corps omgevormd tot het 'Douanes Imperiales' corps. De

adelaar verschijnt op hun knopen. Hoewel nog steeds functionerend zoals voorgeschreven in de negentiger jaren, werden hun taken  en

reglementen echter uitgebreid en had Napoleon zelf vooral een verdere militarisering van het corps voor oog, tot spijt van de douane kader.

 

Officieel is het douane corps nooit een legeronderdeel geworden onder Napoleon I, dit zou pas in een latere periode gebeuren (jaren dertig

van de 19eeuw). Napoleon heeft meermaals geprobeerd het corps te plaatsen onder het ministerie van oorlog en wilde zelfs in de latere

jaren douane eenheden laten plaatsen binnen zijn eigen garde. Dat dit alles niet gelukt is kwam doordat de douane administratie een soort

van vertraging tactiek toepaste op het uitvoeren van nieuwe regelgeving met betrekking tot militarisering.

 

Ze heeft dit doorgezet tot Napoleon uiteindelijk voorgoed zou verdwijnen in 1815.  Beweegreden voor dit gedrag, was hun angst dat

Napoleon al hun manschappen alleen nog maar zou inzetten voor militaire acties in plaats waarvoor het corps eigenlijk was opgezet in 1791.

 

In de latere jaren echter werden vele douane eenheden onder druk van de keizer, toch militair ingezet. Brigades werden samengevoegd en

ingezet ter ondersteuning van de regulaire leger eenheden. Tijdens militaire acties, veldslagen en in de verdediging van steden.

 

Deze militaire inzet zou na 1812 flink toenemen en zou pas eindigen in November 1815, toen grotere douane eenheden nog steeds mee in

de gevechten verwikkeld waren aan de Franse grenzen, tegen een overmacht van voornamelijk Pruisische legers.

 

De door Napoleon geplande militarisering van het gehele douane apparaat was echter in het begin ook een grote verandering voor de

douaniers zelf, nooit hadden deze verwacht dat Napoleon hun ooit nog zou uitrusten met eigen uniformen en sjako's, hen zou inzetten langs

alle nieuwe vreemde kusten en landsgrenzen van het groeiende Franse rijk.

 

Tegen het einde van het Napoleontische tijdperk waren hun aantallen bijna gelijk aan de overgebleven legertroepen in het veld,  en werden ze

ingezet op de voorste posities. Vaak waren ze dan nog de enige volledige geüniformeerde en ervaren troepen. Naast de massa's 'Levis' en

'Marie Louises' eenheden, met weinig tot bijna geen militaire ervaring.

 

 

D.I. IN NEDERLAND

In de zuidelijke Nederlanden verschenen de eerste Franse douane eenheden al in 1793, vlak na de inname van deze gebieden door Frankrijk.

Overal langs de Bataafse grens werden douane posten en douane bureaus opgezet, in steden zoals Maastricht,Weert, Roermond en in de

omliggende dorpen (en zelfs vaak in gehuchten), maar ook bij de grotere rivieren (bijvoorbeeld de Maas) waarover nog veel handelsgoederen

werden verplaatst in die tijd.

 

In 1806 werd Lodewijk Bonaparte (een jongere broer van Napoleon), koning van Holland, en werd de Bataafse Republiek opgeheven. Er

begint een kat en muis spel tussen Lodewijk en zijn broer Napoleon over het uitvoeren van de continentale blokkade. Dat vooral betrekking

heeft op het niet goed willen uitvoeren van de continentale blokkade door broer Lodewijk, die zo een verarming van de Hollandse

havensteden en zijn Koninkrijk wilde voorkomen.

 

Dit loopt zo hoog op dat Lodewijk In begin1810 een verdrag moet ondertekenen waarin was bepaald dat Franse douaniers werden

toegelaten in koninkrijk Holland, om daar smokkelaars en smokkelwaar op te pakken. Ook werd er onder Lodewijk in 1809 gestart met het

opzetten van een eenheid Hollandse douaniers gelijk aan het Franse douane apparaat, die door hun Franse collega’s de ‘Douaniers Hollandais’

werden genoemd. Deze Nederlandse douaniers werden na Juli 1810 (na de annexatie van Koninkrijk Holland bij Frankrijk), ingelijfd bij het

Franse douane corps.

 

Na het verdwijnen van koning Lodewijk en het Koninkrijk Holland in Juli 1810, werden in de Hollandse steden Amsterdam en Rotterdam en

meer het Noorden in de steden Dockum en Eemden, douane bureaus opgezet,elk aangestuurd door een douane directeur. Deze vier bureaus

vielen allen onder het 4e division/legion der douanes.

 

-Bureau Rotterdam, controlerende gebieden;

Rotterdam, Dordrecht, kuststreken tot aan Antwerpen. Van Rotterdam tot aan Haarlem

(deze stad viel niet onder dit bureau).

 

-Bureau Amsterdam, controlerende gebieden;

Amsterdam (in Amsterdam alleen al waren meer dan 400 douaniers gestationeerd), Haarlem,

de kusten van de Noordzee beginnende bij Haarlem tot aan de Zuiderzee, de eilanden

Vlieland, Texel, en de kusten van de Zuiderzee tot aan Elburg.

 

-Bureau Dockum, controlerende gebieden;

Dockum, De kusten van de Zuiderzee, beginnende bij Elburg, de kust van de Noordzee tot aan

Delfzijl,de eilanden Terschelling, Ameland en Schiermonnikenoog.

 

-Bureau Eemden, controlerende gebieden;

Eemdse kust, vanaf Delfzijl tot aan de uiterste voormalige kusten van Holland (nu Duits kust

gebied).

 

 

In midden 1813 brokkelde de kracht van het Franse gezag langzaam af in het toekomstige Nederlandse grondgebied (vele troepen werden

weg getrokken uit deze gebieden om mee deel te nemen aan de gevechten in Oost Duitsland). Na de verloren volkerenslacht bij Leipzig  in

oktober ging het snel.

 

Overgebleven grotere Franse legereenheden trokken zich terug naar de havenstad Antwerpen, België en Frankrijk om zich daar te

hergroeperen, slechts kleine afdelingen bleven achter in de Nederlandse steden en Franse beambten, gezagdragers vertrokken. Door deze

situatie ontstond er een machtsvacuüm en al snel kwamen er rellen en een oproer in de Hollandse havensteden. Gevoed door de gehate

continentale blokkade, maar ook door de gehate conscriptie en de nog steeds hoge Oranje gezindheid in de Hollandse provinciën.

 

Echter in Nederlands toekomstige Zuidelijke provinciën bleef het betrekkelijk rustig tijdens deze periode. Hier was de blokkade minder

voelbaar geweest omdat men minder afhankelijk was van handel alleen, de inkomsten meer kwamen uit landbouw en industrie. Ook was er

weinig tot geen binding met het Oranje huis, dat als ‘vreemdelingen’ werden gezien en had men de conscriptie en Franse gezag als iets

onontkoombaar geaccepteerd.

 

Deze manier van denken zal veel te maken hebben met het feit dat deze gebieden al honderden jaren lang toebehoorden aan allerlei

veroveraars uit het buitenland en had minder te maken met een algeheel pro-Franse manier van denken, zoals vaak werd en wordt geopperd.

Alhoewel enkele gebieden zeer pro Frans waren. Ook was het zuiden reeds 20 jaar onderdeel van Frankrijk.

 

Eind 1813 werden steden in het noorden van Nederland nog steeds verdedigd door kleine Franse garnizoenen, waaronder zich ook eenheden

van douaniers bevonden. In de meeste gevallen bleven deze garnizoenen hun tijd uitzitten, met af en toe uitgevoerde kleine uitbraken

voornamelijk voor het vinden van voedsel zoals bijvoorbeeld in Coevorden. Uitzonderingen waren o.a. het beleg van Gorinchem, Doesburg en

Arnhem, waar fel werd gevochten. (In Arnhem bevond zich een gemixte eenheid van douaniers die uit verschillende landen kwamen,

ongeveer 2000 man sterk, deze werd ingezet in de strijd rondom Arnhem zelf maar ook in Doesburg).

 

Enkele van deze bezette steden bleven Frans gebied tot in de maanden Maart en April 1814 .  In April doet keizer Napoleon afstand van zijn

troon en vertrekt naar Elba. In Coevorden en de nog andere bezette Nederlandse steden kregen de Franse garnizoenen een vrije uitgeleide,

officieel is dan ook de oorlog tegen Frankrijk afgelopen en werd een nieuwe Franse regering geïnstalleerd.

 

 

MANNEN IN DIENST VAN DE D.I.

De mannen in dienst van het douane corps waren voornamelijk ex-soldaten of veteranen, men moest om in dienst te kunnen treden, een

militaire achtergrond hebben. Aangezien het Douanecorps zelf geen leger onderdeel was maar een overheidsorgaan, waren deze mannen dan

ook geen soldaten meer, maar eigenlijk ambtenaren in uniform. In dienst treden was vrijwillig, al werd er actief geronseld op geschikte

mannen.

 

Door het continue groeien van Napoleons Franse rijk, bleef het corps zelf ook enorm groeien. In 1812 en 1813 bestond het corps uit 35.000

mannen, met een korte piek tot bijna 40.000 man dit volgens een enkele bron, maar andere geven aan dat hun aantal veel hoger lag.

 

Het betrof ook niet alleen Franse mannen die dienst namen, maar in de latere jaren ook mannen uit Italië, Duitsland, België en uit Nederland.

 

 

EEN DOUANE POST

Een douanepost was vaak niet meer dan een gehuurd pand of woning, dat als een klein administratief bureau fungeerde, om bezoekers te

ontvangen en om enige goederen in op te slaan. Het was verplicht om bij elk bureau een uithangbord te plaatsen met de tekst; Douanes

Imperiales. Slaapverblijven en woonruimte waren ergens anders voorzien, namelijk een woning of een kamer in een herberg, waar men voor

een bepaald bedrag huur verbleef, eventueel samen met zijn gezin.

 

De posten hadden toen ook al voorgeschreven openingstijden:

Van 1 april tot 30 september van 7.00 - 1200 uur en van 14.00 - 19.00 uur. In de periode 1 oktober tot 31 maart van 8.00 - 12.00 uur en van

14.00 - 18.00 uur.

 

Was het normaal de luitenant die de administratieve handelingen bijhield, werd deze taak echter ook vaker overgenomen door de

belastinginner (recerveur), die zijn ronde deed over verschilde posten onder het ‘direction’ en soms ook tijdelijk op een post verbleef. Werd

ergens een nieuwe post geopend dan werd dit bekend gemaakt via decreten, opgehangen in de dichts bijzijnde parochies.

 

Lezers zijn vaak verwonderd over het feit dat er in de Napoleontische tijd al zoveel regelgeving was, men weet vaak helemaal niet dat de

Napoleontische periode enorm  bureaucratisch was, misschien zelfs nog uitgebreider (lees erger) dan in de huidige moderne tijd.

 

 

DONKERGROEN OVERAL

Door al deze taken werden de douane brigaden een bijna dagelijks terugkerend iets in het dagelijkse leven van vele burgers in het Franse rijk.

Hun functie was gevaarlijk en betaalde eigenlijk slecht in verhouding met administratieve rangen. Het gemiddelde loon voor een douanes

prepose, de laagste rang in de brigade, was vastgesteld op 500 franc per jaar. Maar was de beloning in afgelegen (lees gevaarlijkere) gebieden

hoger en lag dan op een +/- 900 franc per jaar.

 

Tevens was er een soort van bonus regeling (soms ook een percentage van in beslag genomen goederen) voor iedere opgepakte deserteur,

dienstweigeraar, crimineel etc. die door een douanier of brigade werd opgepakt. Verder had men toen al recht op verlofdagen, vergoedingen

via declaraties (met een maximum grens voor iedere rang) en recht op een pensioen van de staat. Een eventueel eigen ontslag kon schriftelijk

aangevraagd worden.

 

Door de eerder genoemde ongelijkheid in verdiensten en het feit dat douaniers binnen een brigade vaak terecht kwamen in een positie om

gemakkelijk veel geld te kunnen verdienen, zorgde ervoor dat vele zich schuldig zouden maken aan corruptie. Door vergoedingen te

ontvangen van smokkelaars om hun spullen door te laten, of door bijvoorbeeld zelf spullen te gaan smokkelen.

 

Straffen hiervoor waren echter zeer hoog, een douane beambte die werd opgepakt voor corrupte praktijken kon rekenen op lange

gevangenis straffen in ijzers of zelfs om gefusilleerd te worden. Ondanks deze maatregelen was er veel corruptie onder de beambten en

bedacht de administratie steeds nieuwe regels om corruptie tegen te gaan. Zo mochten douane beambten niet dicht bij de grenzen wonen en

werden ze regelmatig verplaatst op andere posten.

 

 

 

De Continentale Blokkade ?

(oftewel het Continentaal stelsel)

Is een reeks van besluiten, die te samen een economische oorlog vormden tussen Engeland en Frankrijk en eigenlijk parallel liep met de

militair gevoerde oorlog.

 

Het was Engeland en niet Frankrijk (zoals meestal wordt aangenomen) die hiermee startte in 1803. In dit jaar begon Engeland de invoer van

waren uit landen met Franse invloed reeds te belemmeren, en maakte daarbij handig handig gebruik van hun sterke zeemacht om hun

verbodsbepalingen kracht bij te zetten.

 

In 1806 verklaarde Engeland de gehele kustlijn van Brest tot Hamburg voor geblokkeerd. Waarop Napoleon antwoordde met het decreet van

Berlijn, waarbij alle handel met Engeland verboden werd aan Frankrijk en met Frankrijk verbonden landen.

 

Engeland ging hierop nog een stap verder; alle vreemde schepen (ook de neutrale) moesten Londen en andere Engelse havens aandoen om

daar gevisiteerd te worden en om verlof te vragen(voor grof geld) om hun reis te kunnen voortzetten.

 

Napoleon riep hierna het decreet van Milaan uit in 1807, dat elk schip, dat zich aan deze eis zou onderwerpen, verbeurd werd verklaard

mocht het weer een Franse of een van de  verbondenen havens aandoen. Door deze blokkades stegen de prijzen van koloniale goederen

enorm, en het bedrijf van smokkelen werd zeer winstgevend. Gehele klassen binnen de bevolking hielden zich ermee bezig en werd er

gesmokkeld op een schaal zoals nog nooit eerder in de menselijke geschiedenis was voorgekomen.

 

Door de grote winsten,  het vele geld, betrekkelijk makkelijk verdiend en ook weer verbrast werd gewoon werk vervolgens geminacht. Niet

alleen de smokkelaars zelf waren betrokken bij het smokkelen maar ook de talloze tussenpersonen, die zorgden voor vervoer

binnenslands (meestal te water) en eindelijk zij, die het waren in de grote steden, de goederen in ontvangst namen en opsloegen in geheime

bergplaatsen, vanwaar ze heimelijk de de consumenten bereikten.

 

Middelpunt van de smokkelhandel in het noorden werd de kust van Oost Friesland met haar talloze baaien en inhammen, van oudsher een

oord voor zeerovers en smokkelen. Napoleon kon niet voorkomen dat van hieruit (o.a. Helgoland) geweldige hoeveelheden verboden waren

aan land werden gebracht. De bewaking die alleen vanuit landszijde kon geschieden (i.v.m. de aanwezige Engelse marine) was onvoldoende.

 

Ondanks de hoge aantallen binnenkomende smokkelgoederen, waren deze al niet meer te betalen door de 'gewone man', doordat de

algemene welvaart in vele landen was ingezakt door aanhoudende oorlogen, belastingverhogingen en de blokkades. Deze achteruitgang deed

zich echter voornamelijk voelen in de grotere steden, in tegenstelling tot de betrekkelijke welvaart op het platteland.

 

Immers voor veel producenten en boeren in eigen land was de blokkade juist een voordeel. Door het gemis en wegvallen van de massale

Engelse goederen, steeg de vraag naar waren uit  eigenland. Productie in graan en suiker steeg, men begon overal met het planten van suiker

bieten, ter vervanging van de rietsuiker. Ook de textiel industrieën in Nederland bloeiden weer op!

 

In de latere jaren van het Franse keizerrijk (1810-1814), liet Napoleon Engelse smokkelaars toe in de Franse havens Duinkerken en Gravelines,

en motiveerde hun om verboden goederen te vervoeren over het kanaal. In Gravelines waren zelfs woonplekken geregeld voor ongeveer 300

smokkelaars, dit in een bepaalde plek van de stad ook wel genoemd: 'stad van de smokkelaars'.

 

Napoleon gebruikte deze smokkelaars in zijn oorlog tegen Engeland. Deze arriveerden op de Franse kusten met ontsnapte Franse soldaten,

gouden Guineas, Engelse kranten, informatie van Franse spionnen en voeren weer terug volgeladen met Franse textiel, Franse brandy en gin.

Hiervoor werden zelfs geheel nieuwe stokerijen opgezet, een ervan opgericht in 1812, Distellerie Persyn, bestaat nog steeds.

 

 

 

Meer info over de Continentale blokkade vindt je o.a. op de site van Wikipedia:

Continentale blokkade

 

 

 

EEN LEGER VAN SMOKKELAARS - DOUANIER VS SMOKKELAAR

In 1806 (vlak na het uitroepen van de blokkade aan Franse zijde) waren er al minstens meer dan 100.000 smokkelaars actief om de blokkades

te omzeilen. Actief mee ondersteund door Engeland, kwamen de verboden goederen het Franse rijk massaal binnen.

 

Het aantal smokkelaars steeg nog eens flink in de jaren erop, sommigen goed georganiseerd en goed bewapend. Een steeds terugkerend

gevaar voor  de douane eenheden, die zwaar in de minderheid (in de vroegere jaren 22.800 man verspreid over het hele rijk), niet veel konden

uitvoeren tegen deze overmacht.  Desondanks dit werd de strijd tegen smokkelaars en smokkelwaar hard ingezet, zelfs met douane brigades

die op vijandelijk grondgebied raids inzetten om de zich daar bevindende grote ladingen Engelse goederen te vernietigen of mee te nemen.

 

Militaire commandanten en de bestuursorganen moesten ook de Douanes altijd hun ondersteuning aanbieden als hierom gevraagd werd.

Nationale garde, linietroepen en de Gendarmerie nationale moesten altijd hun medewerking verlenen. Weigeren werd bestraft als

ongehoorzaamheid aan de Franse staat.

 

Confrontaties met smokkelaars kwamen vaak voor. Die dan ontaarden in kleinschalige gevechten aan de kusten of ergens op het platteland,

waarbij menigeen aan beide zijde zijn leven verloor. Maar ook de douaniers op de kleine douane schepen die verplicht (ondanks de overal

aanwezige veel sterkere Engelse marine) zee moesten kiezen hadden het niet makkelijk.. en eenmaal ontdekt, door eerder genoemde werden

ze aangevallen en vaak geënterd. Engelse zeelieden noemden ze: 'the regies'.

 

Door hun opgelegde taken waren ze niet erg geliefd.  De strijd tussen douanier en smokkelaar verharde ook naargelang de blokkade langer

ging duren. In verhouding met een gewoon soldaat was het werk van een douanier ook een stuk gevaarlijker. Een kans om gedood te worden

of zwaar gewond was voor een soldaat bijna alleen van toepassing tijdens deelname aan een veldslag, daarnaast had hij een relatief veilig

leven tussen zijn kameraden van het regiment.

 

Een douanier kwam iedere dag opnieuw in een situatie terecht waarin hij gewond of vermoord kon worden, hij was vaak omringd door een

vijandige omgeving, en naar verhouding altijd flink in de minderheid tegenover de bendes smokkelaars, die gewapend en onherkenbaar zich

door de contreien bewogen. Men leest vaak dat douaniers werden vermoord, werden verrast en doodgeschoten in een hinderlaag (zelfs op

hun eigen posten), waarvan de smokkelaars precies wisten waar die lagen. Men moest opstanden neerslaan en rebellie tegengaan, en werd

vaak betrokken in lokale vechtpartijen.

 

Wederzijds waren douaniers in de brigades natuurlijk ook geen lieverdjes te noemen, het werk eiste een bepaalde hardheid. vaak al als

soldaat gediend hebbende in het leger was men al gehard en gewend aan bepaalde vormen van geweld die men had meegemaakt of aan had

deelgenomen tijdens militaire handelingen. En was men dus ook sneller bereid om geweld te gebruiken op een bepaalde plek en situatie, waar

men toch vaak als niet gewenst werd gezien en waarschijnlijk ook zo werd behandeld.

 

Officieel vastgesteld was het iedereen verboden om douaniers te beletten in het uitvoeren van hun functie, te verwonden of slecht te

behandelen. Dit op straffe van een algemene boete van 500 franc, daarnaast naargelang de zwaarte van de overtreding nog andere straffen.

 

 

D.I. MILITAIRE INZET

Na de ramp voor het Franse leger in Rusland (1812), trokken de laatste resten zich terug tot in Oost Duitsland. Tussen het leger en de Russen

werd een dunne groene barrière gevormd van douane eenheden, verzameld en aangevoerd door Marshall Davout zelf en douane directeur

Pyonniere. Ook wordt er een douane regiment opgezet, op bevel van Davout, uitgeschreven op 17 augustus 1813, bestaande uit 2 bataljons

met elk 6 compagnieën, met eigen cavalerie en artillerie eenheden, samen zo'n 2000 man sterk.

 

Douanes eenheden werden voornamelijk ingezet al verkennende eenheden, lichte infanterie of als garnizoen eenheden. Bij het beleg van

Hamburg bijvoorbeeld werden douaniers gebruikt voor de verdediging van de grote bastions. Een speciale eenheid scherpschutters, onder

commando van douane kapitein Lavandeze, werd ingezet om met een groot kaliber haakbussen (gemonteerd op een houten constructie), op

grote afstand vijandelijke eenheden uit te schakelen, waarschijnlijk de officieren. Vanaf de Hamburgse haven namen kleine douane

kanonneerboten de vijand hevig onder vuur. Het beleg duurde voort tot 27 mei, maar de stad werd niet ingenomen. Waarna het garnizoen

een vrijgeleide kreeg. Op talloze andere plaatsen in Duitsland vochten douanes eenheden ook mee, bijvoorbeeld de herovering van de stad

Luneburg waar 2 compagnieën douaniers en een aantal douaniers te paard mee werden ingezet. De herovering en terug inname door

geallieerde eenheden ontaarde in harde gevechten binnen de stadsmuren, maar ook achter de stad op een hoogvlakte.

 

Begin 1814 stortte het gehele douane systeem helemaal in. Overgebleven Douane eenheden werden samengevoegd in het huidige België en

aan de Franse grens om het Franse grondgebied en haar grenssteden mee te blijven verdedigen. In steden zoals Mayence, Landau, Strass-

bourg, Huningue, en meer in het westen: Thionville, Metz, Belfort en Besançon. Douane eenheden vochten ook mee tijdens de verdediging

van Antwerpen en Parijs. Tijdens en rondom de slag om Hoogstraten in 1814 werden eenheden douaniers ingezet als scouts voor het leger,

begeleiden ze de troepen verplaatsingen en voorraden die tussen de Hoogstraten regio en Antwerpen werden vervoerd, samen met de

gendarmes.

 

 

1815 DE KORTE OPLEVING

Na het vertrek van Napoleon in 1814, kreeg het corps zijn oude naam terug, de 'Douanes Nationales'.  Ondanks dat er grote aantallen keizer

gezindten onder de mannen zaten, werden er geen zuiveringen doorgevoerd. Een grove fout, want het gehele corps schaart zich dan ook

weer gelijk achter Napoleon als deze op 1 maart 1815 weer voet op wal zet in Antibes (Frankrijk). In zijn weg naar Parijs werd hij al snel

vrijwillig gevolgd door  vele douaniers om zijn veiligheid te waarborgen en eventuele vijanden tegemoet te treden.

 

In mei 1815 wordt weer melding gemaakt van douane eenheden in voorpost gevechten met Pruisische legereenheden  aan de Franse grens.

 

Tot op heden is het ons nog steeds niet bekend of er daadwerkelijk ook Douanes eenheden hebben meegevochten voor tijdens en na de slag

om Waterloo. Mocht hierover ooit iets gedocumenteerd zijn dan zijn deze documenten waarschijnlijk mee verloren gegaan tijdens de

vernietiging van het Franse douane archief in Parijs (eind 19e eeuw), door een grote uitslaande brand.

 

Aannemelijk is het echter wel, er waren in 1815 nog veel grote aantallen douaniers, die na het inkrimpen van het Franse rijk en het opheffen

van de continentale blokkade weinig anders om handen zullen hebben gehad dan bijvoorbeeld samen met het leger te worden ingezet.

 

In een lijst die de sterkte van Napoleons leger weergeeft (opgezet in begin Juni 1815), wordt melding gemaakt van 12.000 douaniers,

geïncorporeerd in het leger (Armee du Nord) als lichte ondersteunende infanterie.

 

 

HET EINDE

Na de nederlaag te Waterloo in Juni 1815, trekt het ontredderde Franse leger zich terug op Franse bodem, Pruisische legers naderden weer

de Franse grens en Franse grenssteden, het scenario van 1814 herhaalt zich.

 

Ook nu worden deze verdedigd door o.a. de douane eenheden, in versterkte steden zoals Givet, Belfort, Longwy en Rodemack bieden deze

onder aanvoering van bezielde generaals nog weerstand tot op het eind van November 1815, vijf maanden na Waterloo.

 

Uiteindelijk werd na verscheidene oproepen vanuit Parijs (door de nieuwe vers geïnstalleerde Franse regering), de strijd gestaakt en een

vredesverdrag gesloten. Vlak hierna verdwijnt de keizerlijke adelaar voorgoed van de douane uniformen en maakt de kokarde tricolore op de

sjako's van douaniers plaats voor een wit exemplaar. Voor de tweede keer wordt het corps omgevormd tot de 'Douanes Nationales'. Ditmaal

echter wel gevolgd door een zuivering.

 

 

Research bronnen

-Documenten: Cahier des Douanes (Douanes France)

-Historicus en kunst artiest E.Fort

-Douanes museum Bordeaux

-Douane en accijns museum Rotterdam

-Douane museum Antwerpen

-Boek: Legislation de Douanes 1813

-Boek: Code der douanes 1810

-Reenactor Edmond Zotto

-Reenactor en voormalig douane officier Andre Lucot

-Boek: Memoires de General Hugo 1814

-Lienhart & Humbert douanes uniform planchet

-Historicus Joost Welten

-Boek:Napoleons Europese droom

-Boek: De Fransche Tijd

-Tientallen originele vertaalde documenten en teksten

 op vele verschillende internet websites.

-Google Books