Geschiedenis van de D.I.

Douanes Imperiales.

 

"De geschiedenis van Napoleons douane corps was nagenoeg geheel vergeten. Ruim drie jaar geleden

startte ik uit eigen initiatief met een onderzoek naar hun uniformen en hun geschiedenis,  vooral met

het achterliggende idee om ooit een vereniging op te richten die deze interessante eenheid uitbeeld op

Napoleontische levende geschiedenis evenementen.

 

De  onderstaande  tekst heeft me letterlijk  honderden  uren werk gekost. Informatie is alleen maar in

fragmenten te vinden, de kunst is om deze samen te binden tot een kloppend geheel.

 

Helaas is op het einde van de19e eeuw het hele Franse douane archief verbrand. Daardoor is het ook

zo moeilijk om over de Douanes Imperiales gedetailleerde informatie terug te vinden."

 

 Erik Schoutens

 

 

 

De douane van toen en nu

Het Douane corps onder Napoleon (Douanes Imperiales -Keizerlijke Douane) en hun functioneren

wordt vaak vergeleken met de huidige douane en haar taken. Natuurlijk begrijpelijk, maar toch is

het aantal verschillen erg groot. Ligt de huidige taak van de douane bijna alleen nog op een controle

van goederen en personen op luchthavens en zeehavens, onder keizer Napoleon waren de taken

van douaniers echter veel meer divers; gevaarlijker en ook meer militair van aard, een para militaire

eenheid met eigen uniformen en voorzien van wapens.

 

Ook is de opzet/functioneren van het  Franse douaneapparaat (onder het ancien regime en Napoleon)

later grotendeels overgenomen door de andere landen in Europa.  Zelfs de kleur van de huidige groene

uniformen in verschillende landen is terug te voeren op het eerste Franse donkergroene uniform.

Gereglementeerd in Februari 1800.

 

 

Het ontstaan van het (moderne) douane apparaat

In April/Mei 1791 startte het Assemblée met de opzet van een ‘Douanes Nationales’ corps.

Feitelijk een overheidsorgaan met ambtenaren die als taak meekregen; accijns controle, grensbewaking

en politie taken, aangestuurd door het ministerie van handel en van manufacturen.

 

In Februari 1800 kreeg dit corps voor het eerst een eigen uniform toegewezen. In de eerdere jaren

waren de douaniers voornamelijk alleen herkenbaar aan een koperen plaat op hun sabelriem,

en droegen ze een document bij zich (een ‘commision’), dat verklaarde dat men werkzaam was bij het

Franse Douane corps. Bij dit nieuwe gereglementeerde uniform hadden alle rangen een idem donker

groen uniform van laken, rangen waren zichtbaar via allerlei variaties in zilver galon of zilver stiksel op

de mouwen en de kraag.

 

Het functioneren van de Douanes Nationales (en het latere Douanes Imperiales), hun rangen, alle regels,

accijnsheffingen op goederen, nieuwe wetgeving en regels, etc, werden bijgehouden in een zogenaamd

'Legislation des douanes' boekwerk ingaand vanaf 1791 en steeds meer aangevuld/gewijzigd in de

daarop volgende jaren.

 

 

Complex douane apparaat

Het douanes apparaat bestond uit een complexe veelvoud van functies en verschillende 'bureaus',

de hoogste functie was die van douanes Directeur Generaal die rechtstreeks  verantwoording

aflegde bij Napoleon zelf, hieronder een lijst van bureaus, rangen en functies (van hoog naar laag);

 

 

1.Administratieve gedeelte

 

Hoogste functies

1 Directeur General des douanes

4 Administrateurs

1 Secretaris General des Douanes

 

Bureaux Administratifs (Administratieve kantoren)

Ministre du commerce

Aanwezige functies: chef du bureau des douanes, sous chef, sous chef adjoint directeur,

commis d’ordre, redacteurs second classe, plusiers commies aux expeditions.

 

l’Administration des douanes

Aanwezige functies: chefs de division, sous chefs, premiers commis, commis principaux,

commis d’ordre, commis aux expeditions.

 

Dans le directions

Aanwezige functies: premier commis, second commis, troisieme commis, quatrieme commis.

 

Emplois Superieurs

Aanwezige functies: inspecteurs generaux, directeurs, inspecteurs principaux, particulairs

et sedentaires, sous inspecteurs.

 

Bureaux de Perception (Verzamel kantoren)

Dans les grandes douanes

Aanwezige functies: receveurs principaux, controleurs aux visites, premiers commis a la

navigation, controleurs aux entrepots, verificateurs, receveurs aux declarations, commis

aux expeditions, commis a la recette, aides verificateurs, poseurs, emballeurs, concierges

ou portiers

 

Dans les douanes subordonnees

Aanwezige functies: receveurs particuliers, visiteurs, commis aux expeditions

 

 

2.Actieve gedeelte (Brigades)

 

Brigades

Aanwezige functies: controleurs de brigades, captain, lieutenant principaux et ordre,

lieutenant et sous lieutenant a pied et a cheval, preposes (a pied a cheval).

 

 

 

Het Administratieve onderdeel belicht

Het administratieve gedeelte bestond uit een aantal ‘directions’ (administratieve bureaus) verdeeld

over het Franse rijk. Deze ‘directions’ waren weer onder verdeeld in vier douanes ‘divisions’ (divisies),

elk van deze 'divisions' werd aangestuurd door een hoge ambtenaar, de ‘administrateur ‘ genoemd.

 

Deze 'divisions' werden ook 'legions' genoemd, gelijk als bij de gendarmerie. De opzet van de

‘directions’ was als volgt (In Februari 1812):

 

- Premiere division, kantoren in de steden:

Toulon, Cette, Perpignan, Saint Gaudens, Baionne, Bordeaux, La Rochelle, Nantes, Lorient.

 

- Deuxieme  division, kantoren in de steden:

Brest, Saint Malo, Cherbourg, Rouen, Abbeville, Boulogne, Dunkergue, Besancon.

 

- Troisieme division, kantoren in de steden:

Marseille, Nice, Genes, Livourne, Florence, Rome, Foligno, Parme, Voghere, Verceil, Geneve,

Trieste.

 

- Quatrieme division, kantoren in de steden:

Anvers, Rotterdam, Amsterdam, Groningen, Embden, Hambourg, Lunebourg, Wesel, Cologne,

Mayence, Strasbourg.

 

Elk van deze 'Directions' (oftewel douane bureaus) met al zijn administratieve krachten, werd

aangestuurd door een douane directeur,  deze communiceerde weer met het desbetreffende

‘division’ waaronder hij viel. Voor alle werkzaamheden rondom deze bureaus had men vele specifieke

functies, elk met hun eigen taken. Verder onderzoek naar deze tak van de douanes is door ons niet

uitgevoerd.

 

 

De douane brigades belicht

Los van het administratieve gedeelte waren er de douane brigades, hun posten verspreid op

strategische plaatsen verdeeld over de Franse arrondissementen. Men werkte aan de landsgrenzen,

kusten en grote rivieren met onzichtbare zogenaamde ‘linies’, een 1ste en 2e linie, verbonden via

douaneposten die via een van te voren bepaalde afstand van elkaar af lagen.

 

Hun voornaamste taak was eerst het controleren van in en uitgaande goederen, grens bewaking, en

het uitoefenen van allerlei politietaken o.a. ordebewaking(vaak in samenwerking met de gendarmes),

zoals ook al opgesteld in 1791. Hierbij kwam later de opsporing van deserteurs en dienstweigeraars,

het beschermen van hoge functionarissen en legerofficieren, bewaking van krijgsgevangenen en

 terugkerende militaire inzet van de brigades.

 

De minimum leeftijd bij indiensttreding bij de Douane was 20 jaar. De maximum leeftijd was 30 jaar.

Mits men eerder had gewerkt in een andere bestuursdienst of als men meer dan acht jaar in het

leger of bij de marine had gediend (en men zich bij de douane aanmeldde in hetzelfde jaar van

ontslag. Dan was een maximum leeftijd grens van veertig jaar toegestaan.

 

De rangen binnen de brigade van hoog naar laag:

 

-Controleur der brigade:

De hoogste rang/functie binnen de brigade was die van controleur der brigades. Hij was

verantwoordelijk voor de hele (algemene) gang van zaken in zijn arrondissement. Verantwoordelijk

voor de discipline bij de brigades in het arrondissement.

Hield veranderingen in orders bij, legde deze vast en controleerde of deze ook werden uitgevoerd.

Kon hij preposes naar voren schuiven voor een bevordering, maar ook voor een bestraffing. Wat dan

weer beoordeeld werd door de douane directeur, waaronder  het arrondissement viel. Het douane

apparaat had ook zijn eigen rechtbanken.

 

-Captain:

Hierna volgde de rang van douane kapitein (de ville, van de stad). Deze werden alleen ingezet

in de grote steden, vaak alleen in de hoofdstad van het arrondissement, waar zij verschillende

brigades aanstuurden.

 

-Lieutenant principaux (principal):

In functie hetzelfde als de controleur, maar dit alleen in minder belangrijke en minder grote

arrondissementen, en viel direct onder aansturing van een douane inspecteur of sous inspecteur.

 

-Lieutenant dórdre:

Tijdelijke baas over de brigades in een arrondissement, dat extra aandacht en extra controle

benodigde. En o.a. alle dagreportages van de luitenanten controleerde.

 

-Lieutenant et sous lieutenant:

Feitelijke chefs der brigades, waarbij de sous lieutenant de taken van de lieutenant overnam

als deze afwezig was. Men kon de functie van sous lieutenant al verwerven na 3 maanden dienst

gedaan te hebben als prepose.

 

-Prepose:

De meest voorkomende functie binnen de brigades, feitelijk de 'backbone' van het hele corps.

 

(note: de rang van brigadier die nog wel eens wordt genoemd in de oude boeken, bestond nog niet

onder Napoleon I, deze rang werd later pas ingevoerd)

 

 

 

Complete volmachten

Onder Napoleon en tijdens de continentale blokkade kreeg het douanes apparaat complete

volmachten voor  het juist uitvoeren van hun taken, verordend door Napoleon zelf. Douanes mochten

bijvoorbeeld bij verdachte personen (ongeacht legergraad of burgerlijke status) invallen en controles

doen, dit alles om iedere handel in de verboden Engelse goederen tegen te gaan.

 

 

Militarisering douanes

Na de kroning van Napoleon als keizer in 1804, wordt het ‘Douanes Nationales’ corps omgevormd tot

het 'Douanes Imperiales' corps. Hoewel nog steeds functionerend zoals voorgeschreven in de

negentiger jaren, werden hun taken echter uitgebreid en had Napoleon vooral een verdere

militarisering van het corps voor oog.

 

Officieel is het douane corps nooit een legeronderdeel geworden onder Napoleon I, dit zou pas in een

latere periode gebeuren (jaren dertig van de 19eeuw). Napoleon heeft meermaals geprobeerd het

corps te plaatsen onder het ministerie van oorlog en wilde zelfs in de latere jaren douane eenheden

laten plaatsen in zijn eigen garde. Dat dit alles niet gelukt is kwam doordat de douane administratie

een soort van vertraging tactiek toepaste op het uitvoeren van nieuwe regelgeving, met betrekking tot

militarisering.

 

Ze heeft dit doorgezet tot Napoleon uiteindelijk voorgoed zou verdwijnen in 1815.  Beweegreden

voor dit gedrag, was hun angst dat Napoleon al hun manschappen alleen nog maar zou inzetten voor

militaire acties in plaats waarvoor het corps eigenlijk was opgezet in 1791, (accijnscontrole, grens

bewaking en politietaken).

 

In de latere jaren echter werden vele douane eenheden ondanks tegenwerking van de douane

administratie, toch militair ingezet. Brigades werden o.a. samengevoegd en ingezet ter

ondersteuning van de regulaire leger eenheden, tijdens militaire acties, veldslagen en in de verdediging

van steden.

 

De militaire inzet zou na 1812 flink toenemen en deze zou pas eindigen in November 1815, toen o.a.

grotere douane eenheden nog steeds in gevechten verwikkeld waren aan de Franse grenzen, tegen

een overmacht aan voornamelijk Pruisische legers.

 

De door Napoleon geplande militarisering van het gehele douane apparaat was echter  in het begin

ook een grote verandering voor  de douaniers zelf, nooit hadden deze verwacht dat Napoleon hun

zou uitrusten met eigen uniformen en sjako's, en hen zou inzetten langs alle nieuwe vreemde

kusten en landsgrenzen van het groeiende Franse rijk.

 

Tegen het einde van het Napoleontische tijdperk waren hun aantallen bijna gelijk aan de

overgebleven troepen in het veld,  en werden ze ingezet op de voorste posities. Vaak waren ze dan

nog de enige volledige geüniformeerde en ervaren troepen, naast de massa's 'Levis' en

'Marie Louises' eenheden, met bijna tot geen militaire ervaring.

 

 

Douanes Imperiales in Nederland

In de zuidelijke Nederlanden verschenen de eerste Franse douane eenheden al in 1793, vlak na de

inname van deze gebieden door Frankrijk. Overal langs de Bataafse grens werden douane posten en

douane bureaus opgezet, in steden zoals Maastricht,Weert, Roermond en in de omliggende dorpen

(en zelfs vaak in gehuchten), maar ook bij de grotere rivieren (bijvoorbeeld de Maas) waarover nog

veel handelsgoederen werden verplaatst.

 

In 1806 werd Lodewijk Bonaparte (een jongere broer van Napoleon), koning van Holland, en werd

de Bataafse Republiek opgeheven. Er begint een kat en muis spel tussen Lodewijk en zijn broer

Napoleon over het uitvoeren van de continentale blokkade. Dat vooral betrekking heeft op het niet

goed willen uitvoeren van de internationale blokkade door broer Lodewijk, die zo een verarming van

de Hollandse havensteden en zijn Koninkrijk wilde voorkomen.

 

Dit loopt zo hoog op dat Lodewijk In begin1810 een verdrag moet ondertekenen waarin was bepaald

dat Franse douaniers werden toegelaten in koninkrijk Holland, om daar smokkelaars en

smokkelwaar op te pakken. Ook werd er onder Lodewijk in 1809 gestart met het opzetten van een

eenheid Hollandse douaniers gelijk aan het Franse douane apparaat, die door hun Franse collega’s;

de ‘Douaniers Hollandais’ werden genoemd.

 

Deze Nederlandse douaniers werden na Juli 1810 (na de annexatie van Koninkrijk Holland bij

Frankrijk), ingelijfd bij het Franse douane corps.

 

 

Periode 1810-1813

Na het verdwijnen van koning Lodewijk en het Koninkrijk Holland in Juli 1810, werden in de

Hollandse steden Amsterdam en Rotterdam en meer het Noorden in de steden Dockum en Eemden,

douane bureaus opgezet; elk aangestuurd door een douane directeur die zich verantwoorde aan de

directeur generaal (Collin de Susy). (Deze vier bureaus vielen allen onder het 4e 'division'

(oftewel legion) der douanes)..

 

 

Douane bureaus in voormalig Koninkrijk Holland

-Bureau Rotterdam, controlerende gebieden;

Rotterdam, Dordrecht, kuststreken tot aan Antwerpen. Van Rotterdam tot aan Haarlem

(deze stad viel niet onder dit bureau).

 

-Bureau Amsterdam, controlerende gebieden;

Amsterdam (in Amsterdam alleen al waren meer dan 400 douaniers gestationeerd), Haarlem,

de kusten van de Noordzee beginnende bij Haarlem tot aan de Zuiderzee, de eilanden

Vlieland, Texel, en de kusten van de Zuiderzee tot aan Elburg.

 

-Bureau Dockum, controlerende gebieden;

Dockum, De kusten van de Zuiderzee, beginnende bij Elburg, de kust van de Noordzee tot aan

Delfzijl,de eilanden Terschelling, Ameland en Schiermonnikenoog.

 

-Bureau Eemden, controlerende gebieden;

Eemdse kust, vanaf Delfzijl tot aan de uiterste voormalige kusten van Holland (nu Duits kust

gebied).

 

 

In midden 1813 brokkelde de kracht van het Franse gezag langzaam af in het toekomstige

Nederlandse grondgebied. De grotere Franse legereenheden trokken zich terug naar Antwerpen,

België en Frankrijk om zich daar te hergroeperen, en slechts kleine afdelingen soldaten bleven achter

in de steden. Ook de Franse beambten en vele douaniers verlieten het Nederlandse grondgebied.

 

Vele vertrokken per schuit of per koets, met hun kinderen en vrouwen. Vele van hun hadden tijdens

het jarenlange verblijf in Nederland, een gezin met kinderen gesticht en vonden een heelhuids

heenkomen met hun gezin belangrijker, terwijl anderen achterbleven om te vechten voor de Franse

zaak.

 

Door deze situatie en het ontstaan van een machtsvacuüm ontstonden er al snel rellen en een

oproer in de Hollandse havensteden en Hollandse provinciën, gevoed door de gehate internationale

blokkade die voor armoede zorgde, maar ook door de gehate conscriptie en ook door de nog steeds

hoge Oranje gezindheid in de Hollandse provinciën.

 

Echter in Nederlands toekomstige Zuidelijke provinciën bleef het betrekkelijk rustig tijdens deze

periode. Hier was de blokkade minder voelbaar geweest omdat men minder afhankelijk was van

handel alleen, en inkomsten meer kwamen uit landbouw en industrie. Ook was er weinig tot geen

binding met het Oranje huis, dat als ‘vreemdelingen’ werden gezien en had men de conscriptie en

Franse gezag als iets onontkoombaar geaccepteerd.

 

Deze manier van denken zal veel te maken hebben met het feit dat deze gebieden al honderden

jaren lang toebehoorden aan allerlei veroveraars uit het buitenland en had minder te maken met

een pro-Franse manier van denken, zoals vaak werd en wordt geopperd. Ook was het zuiden reeds

20 jaar onderdeel van Frankrijk.

 

Eind 1813 werden steden in het noorden van Nederland nog steeds verdedigd door kleine Franse

garnizoenen, waaronder zich ook eenheden van douaniers bevonden. In de meeste gevallen bleven

deze garnizoenen hun tijd uitzitten, met af en toe uitgevoerde kleine uitbraken voornamelijk voor

het vinden van voedsel. Uitzonderingen waren o.a. het beleg van Gorinchem, Doesburg en Arnhem,

waar fel werd gevochten.

 

Enkele van deze bezette steden bleven Frans tot in de maanden Maart en April 1814 .  In April doet

Napoleon afstand van zijn troon en vertrekt naar Elba. In Coevorden en de nog andere bezette

Nederlandse steden kregen de Franse garnizoenen een vrije uitgeleide, officieel is dan ook de oorlog

tegen Frankrijk  afgelopen en werd een nieuwe Franse regering geïnstalleerd.

 

Franse legeronderdelen (waaronder ook douane eenheden) verlaten dan voorgoed het Nederlandse

grondgebied.

 

 

Mannen in dienst van het Douanes Imperiales

De mannen in dienst van het douane corps waren allen ex-soldaten of veteranen, men moest om in

dienst te kunnen treden, een militaire achtergrond hebben. Aangezien het Douanecorps zelf geen

leger onderdeel was maar een overheidsorgaan, waren deze mannen dan ook geen soldaten meer,

maar ambtenaren in uniform. In dienst treden was vrijwillig, al werd er toch actief geronseld op\

geschikte mannen.

 

Door het continue groeien van Napoleons Franse rijk, bleef het corps zelf ook enorm groeien.

In 1812 en 1813 bestond het corps uit 35.000 mannen, met een korte piek tot bijna 40.000 man

volgens een enkele bron, maar andere geven aan dat hun aantal veel hoger lag.

 

Het betrof ook niet alleen Franse mannen die dienst namen, maar in de latere jaren ook mannen uit

Italië, Duitsland en uit Nederland. Uit een recentelijk klein onderzoek blijkt zelfs dat het aantal

Nederlanders in dienst van de keizerlijke douane veel hoger was dan altijd eerst aangenomen, tot nu

toe is er echter nog nooit echt een diepgaande research naar gedaan.

 

 

Een douane post

Een douanepost was vaak niet meer dan een gehuurd pand of woning, dat als administratief bureau

fungeerde, om bezoekers te ontvangen en om enige goederen in op te slaan. Het was verplicht om

bij elk bureau een uithangbord te plaatsen met de tekst; Douanes Imperiales. Slaapverblijven en

woonruimte waren ergens anders voorzien, namelijk een woning of een kamer in een herberg, waar

men voor een bepaald bedrag huur verbleef, eventueel samen met zijn gezin.

 

De posten hadden toen ook al voorgeschreven openingstijden:

Van 1 april tot 30 september van 7.00 - 1200 uur en van 14.00 - 19.00 uur. In de periode 1 oktober

tot 31 maart van 8.00 - 12.00 uur en van 14.00 - 18.00 uur.

 

Was het normaal de luitenant die de administratieve handelingen bijhield, werd deze taak echter

ook vaker overgenomen door de belastinginner (receveur), die zijn ronde deed over verschilde posten

onder het ‘direction’ en soms ook tijdelijk op een post verbleef. Werd ergens een nieuwe post

geopend dan werd dit bekend gemaakt via decreten, opgehangen in de dichts bijzijnde parochies.

 

Lezers zijn vaak verwonderd over het feit dat er in de Napoleontische tijd al zoveel regelgeving was,

men weet vaak helemaal niet dat de Napoleontische periode enorm  bureaucratisch was, misschien

zelfs nog uitgebreider (lees erger) dan in de huidige moderne tijd.

 

 

Groen alom

Door al deze taken werden de douane brigaden een bijna dagelijks terugkerend iets, in het

dagelijkse leven van vele burgers, die leefden in het Franse rijk. Hun functie was het meest gevaarlijke

maar tevens ook het slechts betaalde. Het gemiddelde loon voor een douane prepose, de laagste

rang in de brigade, was vastgesteld op 500 franc per jaar. Maar was de beloning in afgelegen

(lees gevaarlijkere) gebieden hoger en lag dan op een +/- 900 franc per jaar.

 

Tevens was er een soort van bonus regeling (soms ook een percentage van in beslag genomen

goederen) maar ook voor iedere deserteur, dienstweigeraar, crimineel etc, die door een douanier of

brigade werd opgepakt. Verder had men toen al recht op verlofdagen, vergoedingen via declaraties

(met een maximum grens voor iedere rang) en recht op een pensioen van de staat. Een eventueel

eigen ontslag kon schriftelijk aangevraagd worden.

 

Terwijl zoals al beschreven, de brigades in het veld dag en nacht hun veel gevaarlijker werk moesten

uitoefenen, werkten de administratieve eenheden relatief veel veiliger op hun kantoren, en werden

deze ook beter betaald dan de mannen binnen de brigades.

 

Door deze ongelijkheid was er dan ook altijd veel spanning tussen beide. De naar verhouding lage

betaling en het feit dat men geplaatst werd ineen positie om gemakkelijk veel geld te kunnen

verdienen, zorgde ervoor dat vele douane beambten binnen de brigades zich schuldig zouden maken

aan corruptie, door vergoedingen te ontvangen van smokkelaars om hun spullen door te laten, of door

zelf spullen te gaan smokkelen.

 

Straffen hiervoor waren echter zeer hoog, een douane beambte die werd opgepakt voor corrupte

praktijken kon rekenen op lange gevangenis straffen in ijzers of zelfs om gefusilleerd te worden.

Ondanks deze maatregelen was er veel corruptie onder de beambten en bedacht de administratie

steeds nieuwe regels om corruptie tegen te gaan. Zo mochten douane beambten niet dicht bij de

grenzen wonen en werden ze regelmatig verplaatst op andere posten.

 

 

Indeling brigades

Een gemiddelde functionele brigade in het veld, bestond uit een 6/8 douane preposes  (of minder,

afhankelijk van hun taken), vaak een tweede (sous) luitenant en een luitenant.

 

 

De Continentale Blokkade ?

(oftewel het Continentaal stelsel)

Is een reeks van besluiten, die te samen een economische oorlog vormden tussen Engeland en

Frankrijk en eigenlijk parallel liep met de militair gevoerde oorlog.

 

Het was Engeland en niet Frankrijk (zoals meestal wordt aangenomen) die hiermee startte in

1803. In dit jaar begon Engeland de invoer van waren uit landen met Franse invloed reeds te

belemmeren, en maakte daarbij handig handig gebruik van hun sterke zeemacht om hun verbods

bepalingen kracht bij te zetten.

 

In 1806 verklaarde Engeland de gehele kustlijn van Brest tot Hamburg voor geblokkeerd. Waarop

Napoleon antwoordde met het decreet van Berlijn, waarbij alle handel met Engeland verboden werd

aan Frankrijk en met Frankrijk verbonden landen.

 

Engeland ging hierop nog een stap verder; alle vreemde schepen (ook de neutrale) moesten Londen

en andere Engelse havens aandoen om daar gevisiteerd te worden en om verlof te vragen(voor grof

geld) om hun reis te kunnen voortzetten.

 

Napoleon riep hierna het decreet van Milaan uit in 1807, dat elk schip, dat zich aan deze eis zou

onderwerpen, verbeurd werd verklaard mocht het weer een Franse of een van de  verbondenen

havens aandoen. Door deze blokkades stegen de prijzen van koloniale goederen enorm, en het

bedrijf van smokkelen werd zeer winstgevend. Gehele klassen binnen de bevolking hielden zich

ermee bezig en werd er gesmokkeld op een schaal zoals nog nooit eerder in de menselijke

geschiedenis was voorgekomen.

 

Door de grote winsten,  het vele geld, betrekkelijk makkelijk verdiend en ook weer verbrast werd

gewoon werk vervolgens geminacht. Niet alleen de smokkelaars zelf waren betrokken bij het

smokkelen maar ook de talloze tussenpersonen, die zorgden voor vervoer binnenslands,meest te

water, en eindelijk zij, die het waren in de grote steden, de goederen in ontvangstnamen en

opsloegen in geheime bergplaatsen, vanwaar zei heimelijk de de consumenten bereikten.

 

Middelpunt van de smokkelhandel in het noorden werd de kust van Oost Friesland met haar talloze

baaien en inhammen, van oudsher een oord voor zeerovers en smokkelen. Napoleon kon niet

voorkomen dat van hieruit geweldige hoeveelheden verboden waren aan land werden gebracht. De

bewaking die alleen vanuit landszijde kon geschieden (i.v.m. de aanwezige Engelse marine) was

onvoldoende.

 

Ondanks hoge aantallen binnenkomende goederen, waren deze al niet meer te betalen door de

'gewone man', doordat de algemene welvaart in vele landen was ingezakt; door de aanhoudende

oorlogen, belastingverhogingen en de blokkades. Deze achteruitgang deed zich echter voornamelijk

voelen in de grotere steden in tegenstelling tot de betrekkelijke welvaart op het platteland.

 

Immers voor veel producenten en boeren in eigen land was de blokkade juist een voordeel. Door het

gemis en wegvallen van de Engelse goederen, steeg de vraag naar waren uit  eigenland. Productie

in graan en suiker steeg, men begon overal met het planten van suiker bieten,ter vervanging van de

rietsuiker. Ook de textiel industrieën in Nederland bloeiden weer op.

 

In de latere jaren van het Franse rijk (1810-1814), liet Napoleon Engelse smokkelaars toe in de

Franse havens Duinkerken en Gravelines, en motiveerde hun om verboden goederen te vervoeren

over het kanaal. In Gravelines waren zelfs woonplekken geregeld voor ongeveer 300 smokkelaars,

dit in een bepaalde plek van de stad ook wel genoemd: 'stad van de smokkelaars'.

 

Napoleon gebruikte deze smokkelaars in zijn oorlog tegen Engeland. Deze arriveerden op de Franse

kusten met ontsnapte Franse soldaten, gouden Guineas, Engelse kranten, informatie van Franse

spionnen en voeren weer terug volgeladen met Franse textiel, Franse brandy en gin.

 

Hiervoor werden zelfs geheel nieuwe stokerijen opgezet, een ervan opgericht in 1812, Distellerie

Persyn, bestaat nog steeds;

 

Meer info over de Continentale blokkade vindt je o.a. op de site van Wikipedia:

Continentale blokkade

 

 

Een Leger van Smokkelaars

In 1806 (vlak na het uitroepen van de blokkade aan Franse zijde) waren er al minstens meer dan

100.000 smokkelaars actief om de blokkades te omzeilen. Actief mee ondersteund door Engeland,

kwamen de verboden goederen het Franse rijk massaal binnen.

 

Het aantal smokkelaars steeg nog eens flink in de jaren erop, sommigen goed georganiseerd en goed

bewapend. Een steeds terugkerend gevaar voor  de douane eenheden, die zwaar in de minderheid

(in de vroegere jaren 22.800 man verspreid over het hele rijk), niet veel konden uitvoeren tegen deze

overmacht.

 

Desondanks dit werd de strijd tegen smokkelaars en smokkelwaar hard ingezet, zelfs met douane

brigades die op vijandelijk grondgebied raids inzetten om de zich daar bevindende grote ladingen

Engelse goederen te vernietigen of mee te nemen.

 

Militaire commandanten en de bestuursorganen moesten de Douane altijd hun ondersteuning

aanbieden als hierom gevraagd werd. Nationale garde, linietroepen en de Gendarmerie nationale

moesten ook altijd hun medewerking verlenen. Weigeren werd bestraft als ongehoorzaamheid aan

de Franse staat.

 

(Een voorbeeld hiervan is de ondersteuning van het 85ste linie regiment in het doorzoeken van

huizen in de stad Hamburg, waar vaker grootschalige razzia's werden gehouden, op zoek naar

verboden Engelse goederen. In Hamburg werd enorm veel smokkelwaar verhandeld.

 

 

Confrontaties tussen smokkelaar en douanier

Confrontaties met smokkelaars kwamen vaak voor, die dan ontaarden in kleinschalige gevechten

aan de kusten of ergens op het platteland, waarbij menigeen aan beide zijde zijn leven verloor.

Maar ook de douaniers op de kleine douane schepen die verplicht (ondanks de overal aanwezige veel

sterkere Engelse marine) zee moesten kiezen, en eenmaal ontdekt, door eerder genoemde werden

aangevallen en vaak geënterd, hadden geen gemakkelijke taak. Engelse zeelieden noemden hun:

de regies.

 

Door hun opgelegde taken waren ze niet geliefd.  De strijd tussen douaniers verharde ook naargelang

de blokkade langer ging duren. In verhouding met een gewoon soldaat was het werk van een douanier

ook gevaarlijker. Een kans om gedood te worden of zwaar gewond was voor een soldaat bijna alleen

van toepassing tijdens deelname aan een veldslag, daarnaast had hij een relatief veilig leven tussen

zijn kameraden van het regiment.

 

Een douanier kwam iedere dag in een situatie terecht waarin hij gewond of vermoord kon worden,

hij was meestal omringd door een vijandige omgeving, en naar verhouding altijd flink in de

minderheid tegenover de bendes smokkelaars, die gewapend en onherkenbaar zich door de

contreien bewogen.

 

Men leest vaak dat douaniers werden vermoord, werden verrast en doodgeschoten in een hinderlaag

(zelfs op hun eigen posten), waarvan de smokkelaars precies wisten waar die lagen. Men moest

opstanden neerslaan en rebellie tegengaan, en werd vaak betrokken in lokale vechtpartijen.

 

 

Ook geen lieverdjes

Wederzijds waren douaniers in de brigades natuurlijk ook geen lieverdjes te noemen, vaak al als

soldaat gediend hebbende in het leger was men gehard en gewend aan bepaalde vormen van geweld

die men had meegemaakt of aan had deelgenomen tijdens militaire handelingen. En was men dus

ook sneller bereid om geweld te gebruiken op een bepaalde plek en situatie, waar men altijd als een

vijand werd gezien en waarschijnlijk ook zo werd behandeld.

 

Officieel vastgesteld was het iedereen verboden om douaniers te beletten in het uitvoeren van hun

functie, te verwonden of slecht te behandelen. Dit op straffe van een algemene boete van 500 franc,

daarnaast naargelang de zwaarte van de overtreding nog andere straffen.

 

 

Douane eenheden militair ingezet

Na de ramp voor het Franse leger in Rusland (1812), trokken de laatste resten zich terug tot in

Duitsland. Tussen het leger en de Russen werd een dunne groene barrière gevormd van douane

eenheden, verzameld en aangevoerd door Marshall Davout en douane directeur Pyonniere.

 

Ook wordt er een douane regiment opgezet, dit na een bevel van Davout zelf, uitgeschreven op

17 augustus 1813, bestaande uit 2 bataljons met elk 6 compagnieën, met eigen cavalerie en artillerie

eenheden, samen zo'n 2000 man sterk.

 

Ook werden er in Duitsland vele douane compagnieën gevormd die fungeerden als hulp troepen en

het leger eenheden ondersteunden bij allerlei militaire acties, zoals bij de aanval op de stad

Luneburg in April 1813, die ontaarde in hevige gevechten, zowel in de stad alsook op de hoogte vlakte

achter de stad. Een grote eenheid was tevens actief tijdens de gevechten rondom Anrhem en in

Doesburg in Nederland.

 

Douanes eenheden werden ingezet al verkennende eenheden, lichte infanterie of als garnizoens

eenheden. Bij het beleg van Hamburg bijvoorbeeld, werden douaniers gebruikt voor de verdediging

van de grote bastions.  Een speciale eenheid 'scherp- schutters', onder commando van douane

kapitein Lavandeze, werd ingezet om met een groot kaliber haakbussen, gemonteerd op een houten

constructie, op grote afstand vijandelijke eenheden uit te schakelen (waarschijnlijk de officieren).

 

Vanaf de Hamburgse haven namen kleine douane kanonneerboten de vijand ook hevig onder vuur.

Helaas ook in Hamburg waren er niet alleen douaniers die vochten voor de Franse zaak, maar waren

er ook douane collega's die meer financieel bezig waren..

 

Vlak voor de vrije uittocht van het Franse leger uit Hamburg in 1814, probeerden douaniers het geld

mee te nemen uit een aldaar gelegen bank. Deense matrozen die waren vastgehouden in Altona

(een voorstad van Hamburg) voorkwamen dit, er ontstond een hevig gevecht waarbij aan de kant

van de douaniers 30 doden vielen.

 

 

1814: begin van het einde

Begin 1814 stort het gehele douane systeem helemaal in. De overgebleven Douane eenheden werden

samengevoegd in het huidige België en aan de Franse grens om het Franse grond gebied en haar

grenssteden te blijven verdedigen.

 

In steden zoals Mayence, Landau, Strasbourg, Huningue, en meer in het westen: Thionville, Metz,

Belfort en Besançon en in vele andere steden bevonden zich garnizoenen waarin ook grote aantallen

douaniers aan deelnamen, douane eenheden vochten ook mee tijdens de verdediging van

Antwerpen en Parijs. Tijdens en rondom de slag om Hoogstraten werden eenheden douaniers

ingezet als scouts voor het leger, begeleiden ze de troepen verplaatsingen en voorraden die tussen

de Hoogstraten regio en Antwerpen werden vervoerd samen met de Gendarmes.

 

 

1815: de korte opleving

Na het vertrek van Napoleon in 1814, kreeg het corps zijn oude naam terug, de 'Douanes Nationales'.

Ondanks dat er grote aantallen keizer gezindten onder de mannen zaten, werden er geen zuiveringen

doorgevoerd. Een grove fout, want het gehele corps schaart zich dan ook weer gelijk achter

Napoleon als deze op 1 maart 1815 voet op wal zet in Antibes (Frankrijk). In zijn weg naar Parijs werd

hij vrijwillig gevolgd door o.a. meer dan 500 douaniers om zijn veiligheid te waarborgen en eventuele

vijanden tegemoet te treden.

 

In mei 1815 wordt weer melding gemaakt van douane eenheden in voorpost gevechten met

Pruisische legereenheden  aan de Franse grens.

 

Tot op heden is het ons nog steeds niet bekend of er daadwerkelijk ook Douanes eenheden

hebben meegevochten voor en tijdens de slag om Waterloo. Mocht hierover ooit iets

gedocumenteerd zijn dan zijn deze documenten waarschijnlijk mee verloren gegaan tijdens de

vernietiging van het Franse douane archief in Parijs (einde 19e eeuw), door een grote uitslaande

brand.

 

Aannemelijk is het echter wel, er waren in 1815 nog veel grote aantallen douaniers, die na het

inkrimpen van het Franse rijk en het opheffen van de continentale blokkade weinig anders om

handen zullen hebben gehad dan bijvoorbeeld samen met het leger te worden ingezet.

 

In een lijst die de sterkte van Napoleons leger weergeeft (opgezet in begin Juni 1815), wordt

melding gemaakt van 12.000 douaniers, geïncorporeerd in het leger als lichte ondersteunende

infanterie.

 

 

Het einde

Na de nederlaag te Waterloo in Juni 1815, trekt het ontredderde Franse leger zich terug op Franse

bodem, Pruisische legers naderden de Franse grens en Franse grenssteden.

 

Ook nu worden deze verdedigd door o.a. de douane eenheden, in versterkte steden zoals Givet,

Belfort, Longwy en Rodemack bieden deze onder aanvoering van generaals zoals generaal Hugo en

enkele andere overgebleven generaals nog weerstand tot op het eind van November 1815, vijf

maanden na Waterloo! Eigenlijk ook weer eens stukje vergeten geschiedenis, aangezien de

geschiedenisles meestal stopt na de slag om Waterloo..

 

Uiteindelijk werd na verscheidene oproepen vanuit Parijs (door de nieuwe vers geïnstalleerde

Franse regering), de strijd gestaakt en een vredesverdrag gesloten. Vlak hierna verdwijnt de

keizerlijke adelaar voorgoed van de douane uniformen en wordt het corps omgevormd voor de

tweede keer tot de 'Douanes Nationales'. Ditmaal echter wel gevolgd door een zuivering.

 

 

 

 

 

Research bronnen

-Documenten: Cahier des Douanes (Douanes France)

-Douanemuseum Bordeaux

-Douane en accijns museum Rotterdam

-Douane museum Antwerpen

Boek: Legislation de Douanes 1813

-Edmond Zotto

-Andre Lucot

Boek: Memoires de General Hugo 1814

Lienhart & Humbert

Joost Welten

Boek:Napoleons Europese droom

Boek: De Fransche Tijd

-Tientallen originele vertaalde documenten en teksten

op vele verschillende internet websites.