G E S C H I E D E N I S

DER

D O U A N E S  I M P E R I A L E S

 

 

,,De geschiedenis van Napoleons douane corps was nagenoeg geheel vergeten. Ruim twee jaar geleden

startte ik met een onderzoek naar hun uniformen en hun geschiedenis,  vooral met het achterliggende

idee om ooit een vereniging op te richten die deze uitbeeld op Napoleontische levende geschiedenis

evenementen,,

 

,,De  onderstaande  tekst heeft me letterlijk  honderden  uren werk gekost. Informatie is alleen maar

in fragmenten te vinden, de kunst is om deze samen te binden tot een kloppend geheel,,

 

,,Helaas is op het einde van de19e eeuw het hele Franse douane archief verbrand. Daardoor is het ook

zo moeilijk om over de Douanes Imperiales gedetailleerde informatie terug te vinden,,

 

 J.J.Duforez 

         

 

 

________________________________

 

Twee douanier in tenue de campagne, 1813-1815

_____________________________

 

 

 

Het Douane corps onder Napoleon (Douanes Imperiales oftewel Keizerlijke Douane) en hun functioneren

wordt vaak vergeleken met de huidige douane en haar taken. Natuurlijk begrijpelijk, maar toch is het aantal

verschillen groot.   Ligt de huidige taak van de douane bijna alleen nog op een controle van goederen en

personen op luchthavens en zeehavens, onder Napoleon waren de taken van douaniers echter veel meer

divers, gevaarlijker en ook meer militair van aard, een semi-militaire eenheid.

 

 

Ook is het functioneren van het  Franse douaneapparaat (na het vertrek van Napoleon) grotendeels over-

genomen door de andere landen in Europa.  Zelfs de kleur van de huidige groene uniformen is terug te

voeren op het eerste Franse donkergroene uniform. Gereglementeerd in Februari 1800.

 

 

 

 

Het ontstaan:

In April/Mei 1791 startte het Assemblée met de opzet van een ‘Douanes Nationales’ corps. Een overheids-

orgaan met ambtenaren die als taak meekregen; accijns controle, grensbewaking en politie taken, aangestuurd

door het ministerie van handel.

 

 

In Februari 1800 kreeg het corps voor het eerst een eigen uniform. In de eerdere jaren waren de douaniers

voornamelijk alleen herkenbaar aan een koperen plaat op hun (baudrier) sabelriem, en droegen ze een

document bij zich (een ‘commision’), dat verklaarde dat men werkzaam was bij het Franse Douane corps.

 

 

 

__________________________

 

Een douanier op wacht te Bordeaux (E.Fort)

________________________

 

 

 

Bij het nieuwe gereglementeerde uniform hadden alle rangen een idem donkergroen uniform, en rangen

waren zichtbaar via allerlei variaties in zilver galon of zilver stiksel op de mouwen en de kraag.

 

 

Het functioneren van de douanes nationales (en het latere douanes imperiales), hun rangen, alle regels,

accijnsheffingen op goederen, nieuwe wetgeving en regels, etc, werden in de Napoleontische tijd al

bijgehouden in een zogenaamd  'Legislation des douanes'  boekwerk. Wij als groep hebben een van deze

nu zeldzame boeken aangekocht, dit boek is gedrukt in 1813 en betreft een tweede druk,

meer info en foto's:  Hier

 

 

 Onder Napoleon en tijdens de continentale blokkade kreeg het douanes apparaat complete volmachten

voor  het juist uitvoeren van hun taken, verordend door Napoleon zelf. Douanes mochten bijvoorbeeld bij

verdachte personen (ongeacht legergraad of burgerlijke status) invallen en controles doen, dit alles om

iedere handel in de verboden Engelse goederen tegen te gaan.

 

 

 

 

___________________________

 

Directeur der douanes in zijn uniform (E.Fort)

____________________________

 

 

 

Het douanes apparaat bestond uit een complexe veelvoud van functies en verschillende 'bureaus', de

hoogste functie was die van douanes Directeur Generaal die rechtstreeks verantwoording aflegde bij

Napoleon zelf, hieronder een lijst van bureaus, rangen en functies: 

 

 

 

1.Administratieve gedeelte

 

1 Directeur general des douanes

|

4 Administrateurs

|

1 Secretaris general des Douanes

|

Bureaux Administratifs

 

1-Ministre du commerce:

chef du bureau des douanes, sous chef, sous chef adjoint directeur

commis d’ordre, redacteurs second classe, plusiers commies aux expeditions

 

2-A l’Administration des douanes:

Chefs de division, sous chefs, premiers commis, commis principaux, commis

d’ordre, commis aux expeditions

 

3-Dans le directions:

Premier commis, second commis, troisieme commis, quatrieme commis.

 

|

Emplois Superieurs

Inspecteurs generaux, directeurs, inspecteurs principaux, particulairs et

sedentaires, sous inspecteurs.

|

 

Bureaux de Perception

 

1-Dans les grandes Douanes:

Receveurs principaux, controleurs aux visites, premiers commis a la navigation,

controleurs aux entrepots, verificateurs, receveurs aux declarations, commis

aux expeditions, commis a la recette, aides verificateurs, poseurs, emballeurs,

Concierges ou portiers

 

2-Dans les douanes subordonnees:

Receveurs particuliers, visiteurs, commis aux expeditions

 

 

 

2.Actieve gedeelte (brigades)

 

Brigades

Controleurs de brigades, captain, lieutenant principaux et ordre, lieutenant et

sous lieutenant a pied et a cheval, preposes.

 

 

 

 

_____________________________

 

Douanier a cheval (1812-1813, Knotel)

___________________________

 

 

 

 

Militarisering

Na de kroning van Napoleon als keizer in 1804, wordt het ‘Douanes Nationales’ corps omgevormd tot het

'Douanes Imperiales' corps. Hoewel nog steeds functionerend zoals voorgeschreven in de negentiger jaren,

werden hun taken echter uitgebreid en had Napoleon vooral een verdere militarisering van het corps voor oog.

 

 

 Officieel is het douane corps nooit een legeronderdeel geworden onder Napoleon I, dit zou pas in een latere

periode gebeuren (jaren dertig van de 19e eeuw). Napoleon heeft meermaals geprobeerd het corps te plaatsen

onder het ministerie van oorlog en wilde zelfs in de latere jaren douane eenheden laten plaatsen in zijn eigen

garde. Dat dit alles niet gelukt is kwam doordat de douane administratie een soort van vertragings-tactiek

toepaste op het uitvoeren van nieuwe regelgeving, met betrekking tot militarisering.

 

 

Ze heeft dit doorgezet tot Napoleon uiteindelijk voorgoed zou verdwijnen in 1815.  Beweegreden voor dit

gedrag, was hun angst dat Napoleon al hun manschappen alleen nog maar zou inzetten voor militaire acties

in plaats waarvoor het corps eigenlijk was opgezet in 1791, (accijnscontrole, grensbewaking en politietaken).

 

 

In de latere jaren echter werden vele douane eenheden ondanks tegenwerking van de douane administratie,

toch militair  ingezet. Brigades werden o.a. samengevoegd en ingezet ter ondersteuning van de regulaire leger

eenheden, tijdens militaire acties, veldslagen en in de verdediging van steden. Uit een later geschreven biografie

is ons bekend dat al reeds in 1808 steeds meer eenheden der douanes ‘onder de wapenen’ werden geroepen. 

Enige militaire inzet was echter ook al in 1805 van toepassing, zie ook: Hier

 

 

De militaire inzet zou na1812 flink toenemen en deze zou pas eindigen in November1815, toen o.a. grotere

douane eenheden nog steeds in gevechten verwikkeld waren aan de Franse grenzen, tegen een overmacht

aan voornamelijk Pruisische legers. De door Napoleon geplande militarisering van het gehele douane apparaat

was echter  in het begin ook een grote verandering voor  de douaniers zelf, nooit hadden deze verwacht dat

Napoleon hun zou uitrusten met eigen uniformen en sjako's, en hen zou inzetten langs alle nieuwe vreemde

kusten en landsgrenzen van het groeiende Franse rijk.

 

 

Tegen het einde van het Napoleontische tijdperk waren hun aantallen bijna gelijk aan de overgebleven troepen

in het veld,  en werden ze ingezet op de voorste posities. Vaak waren ze dan nog de enige volledige

geüniformeerde en ervaren troepen, naast de massa's 'levis' en 'marie louises' eenheden, met bijna tot geen

militaire ervaring.

 

 

_________________________

 

Tekening van een inspecteur der douanes

(maker onbekend)

_______________________________

 

 

 

 

In Nederland.

In de zuidelijke Nederlanden verschenen de eerste Franse douane eenheden al in 1793, vlak na de inname

van deze gebieden door Frankrijk. Overal langs de Bataafse grens werden douane posten en douane bureaus

opgezet, in steden zoals Maastricht,Weert, Roermond en in de omliggende dorpen en zelfs vaak in gehuchten),

maar ook bij de grotere rivieren (bijvoorbeeld de Maas) waarover veel handelsgoederen werden verplaatst.

 

 

In 1806 werd Lodewijk Bonaparte (een jongere broer van Napoleon), koning van Holland, en werd de

Bataafse Republiek opgeheven. Er begint een kat en muis spel tussen Lodewijk en zijn broer Napoleon over

het uitvoeren van de continentale blokkade. Die vooral betrekking heeft op het niet goed willen

uitvoeren van de internationale blokkade door broer Lodewijk, die zo een verarming van de Hollandse

havensteden en zijn Koninkrijk wilde voorkomen.

 

 

Dit loopt zo hoog op dat Lodewijk In begin1810 een verdrag moet ondertekenen waarin was bepaald

dat Franse douaniers werden toegelaten in koninkrijk Holland, om daar smokkelaars en smokkelwaar op te

pakken. Ook werd er onder Lodewijk in 1809 gestart met het opzetten van een eenheid Hollandse douaniers,

door hun Franse collega’s; de ‘Douaniers Hollandais’ genoemd.

 

 

Deze Nederlandse douaniers werden na Juli 1810 (na de annexatie van Koninkrijk Holland bij Frankrijk),

ingelijfd bij het Franse douane corps.

 

 

 

___________________________

 

Een douanier a pied en douanier a cheval 1812-1815 (Vernet)

_____________________________

 

 

 

1810-1813

 

Na het verdwijnen van Lodewijk en Koninkrijk Holland, verplaatsten de Franse Douaneposten zich

van de voormalige Koninkrijk Holland grenzen en linies  zich rondom de Zuiderzee, de grote rivieren

Rijn en Waal en langs de gehele kust en landsgrenzen. In de Hollandse steden Amsterdam, Rotterdam

en in Groningen ontstond een administratief douane bureau, aangestuurd door het 4e douane ‘division’,

belast met het uivoeren van de internationale blokkade tegen Engeland. In Amsterdam alleen al waren

meer dan 400 douaniers gestationeerd.

 

 

In midden 1813 brokkelde de kracht van het Franse gezag langzaam af in het toekomstige Nederlandse

grondgebied. De grotere Franse legereenheden trokken zich terug naar Antwerpen, België en Frankrijk

om zichdaar te hergroeperen, en slechts kleine afdelingen soldaten bleven achter in de steden. Ook de

Franse beambten en vele douaniers verlieten  het Nederlandse grondgebied. Vele vertrokken per schuit

of per koets, met hun kinderen en vrouwen. Vele van hun hadden tijdens het jarenlange verblijf in

Nederland, een gezin met kinderen gesticht en vonden een heelhuids heenkomen met hun gezin

belangrijker, terwijl anderen achterbleven om te vechten voor de Franse zaak.

 

 

 

__________________________

 

Brandende douane posten en kantoren in Amsterdam in 1813. De douane

eenheden konden de stad echter al eerder vrij verlaten.

___________________________

 

 

 

Oproer

 

Door deze situatie en het ontstaan van een machtsvacuüm ontstonden er al snel rellen en een oproer in

de Hollandse havensteden en Hollandse provinciën, gevoed door de gehate internationale blokkade die

voor armoede zorgde, maar ook door de gehate conscriptie en ook door de nog steeds hoge Oranje

gezindheid in de Hollandse provinciën. Echter in Nederlands toekomstige Zuidelijke provinciën bleef het

betrekkelijk rustig tijdens deze periode. Hier was de blokkade minder voelbaar geweest omdat men minder

afhankelijk was van handel alleen, en inkomsten meer kwamen uit landbouw en industrie. Ook was er

weinig tot geen binding met het Oranje huis, dat als ‘vreemdelingen’ werden gezien en had men de

conscriptie en Franse gezag als iets onontkoombaar geaccepteerd.

 

 

Deze manier van denken zal veel te maken hebben met het feit dat deze gebieden al honderden jaren lang

toebehoorden aan allerlei veroveraars uit het buitenland en had minder te maken met een pro-Franse

manier van denken, zoals vaak werd en wordt geopperd.

 

 

 

______________________________

 

Spotprent; zoek maar uit, zoek maar uit, zes douaniers voor een duit

________________________________

 

 

 

Bezet

 

Eind 1813 werden steden in het noorden van Nederland nog steeds verdedigd door kleine Franse

garnizoenen, waaronder zich ook eenheden van douaniers bevonden. In de meeste gevallen bleven deze

garnizoenen hun tijd uitzitten, met af en toe  uitgevoerde kleine uitbraken voornamelijk voor het vinden

van voedsel. Uitzonderingen waren o.a. het beleg van Gorinchem, Doesburg en Arnhem, waar fel werd

gevochten.

 

 

Enkele van deze bezette steden bleven Frans tot in de maanden Maart en April 1814 .  In April doet

Napoleon afstand van zijn troon en vertrekt naar Elba. In Coevorden en de nog andere bezette

Nederlandse steden kregen de Franse garnizoenen een vrije uitgeleide, officieel is dan ook de oorlog

tegen Frankrijk  afgelopen en werd een nieuwe Franse regering geïnstalleerd. Franse legeronderdelen

(waaronder ook douane eenheden) verlaten dan voorgoed het Nederlandse grondgebied.

 

 

 

 

Het Douanes Imperiales corps

 

De mannen in dienst van het douane corps waren allen ex-soldaten of veteranen, men moest om in dienst

te kunnen treden, een militaire achtergrond hebben. Aangezien het Douanecorps zelf geen leger onderdeel

was maar een overheidsorgaan, waren deze mannen dan ook geen soldaten meer, maar ambtenaren. In dienst

treden was vrijwillig, al werd er toch actief geronseld op geschikte mannen. Door het continue groeien van

Napoleons Franse rijk, bleef het corps zelf ook enorm groeien. In 1812 en 1813 bestond het corps uit 35.000

mannen, met een korte piek tot bijna 40.000 man.

 

 

 

Niet alleen Fransozen

 

Het betrof ook niet alleen Franse mannen die dienst namen, maar in de latere jaren ook mannen uit Italie,

Duitsland en uit Nederland. Uit een recentelijk klein onderzoek blijkt zelfs dat het aantal Nederlanders in

dienst van de keizerlijke douane veel hoger was dan altijd eerst aangenomen, tot nu toe is er echter nog

nooit echt een diepgaande research naar gedaan. Voor meer info over dit onderwerp, klik: Hier

 

 

 

Vrouwen in het douane corps ?

 

Zover als bekend bestond het douane corps voornamelijk uit mannen. Weinig tot niks is bekend over in

hoeverre er toen ook vrouwen in dienst werden genomen (voor eventuele specifieke taken), zoals

beschreven in de brief hieronder uit 1802. (met dank aan Du Sable).

 

 

Dit voorval heeft plaatsgevonden ruim voor aanvang van de continentale blokkade (1806). In hoeverre

nu dit idee later misschien is overgenomen (toen smokkelen veel algemener werd en de aantallen

smokkelaars veel groter waren), is niet bekend.

 

 

Een brief van Magnien, administrateur der Douanes van de Republiek;

 

Mainz, 12 prairial an X (1 juni 1802)

Citoyen  Directeur General,

 

(...) Smokkelwaar wordt voortdurend in kleine hoeveelheden Mainz binnengebracht via de Kasselse

brug.Bovenal zijn er vrouwen in betrokken, die de smokkelwaren verbergen onder hun kleding.

De noodgedwongen fouilleringen van deze vrouwen door de preposes hebben klachten opgeleverd

van het publiek en van de burgemeester, en deze handelingen kunnen door de mannelijke douanes

niet op de vrouwen worden uitgevoerd zonder inbreuk op netheid of schaamte.

 

 

Om dit op te lossen heb ik bevolen dat een vrouw van een prepose, die goed bekend is en eerlijk,

en mij is aangewezen door de directeur, zal worden ingezet op het bureau bij de brug, dat gesitueerd

is bij de ingang. Zij zal daar alleen maar haar seksegenoten fouilleren. Wanneer deze controle is

verricht, zullen de preposes erbij komen om de in beslag genomen zaken die zij gevonden heeft,

te declareren.

 

 

Dit heeft reeds enkele confiscaties opgeleverd. Maar om deze dame verder te kunnen laten werken

en haar te belonen voor haar vlijt, is het nodig haar een vergoeding te betalen. Dit kan niet minder

zijn dan 400 francs per jaar, die het beste grotendeels te betalen zijn uit de opbrengsten van de confiscaties

bij de vrouwen op de Kasselse brug, die tenslotte te danken zijn aan de inzet van deze “visiteuse”. (...)

 

 

Deze maatregelen zijn vervolgens door de Directeur Generaal goedgekeurd.

 

 

 

 

(1) Administratieve onderdeel

 

De Douane eenheden waren opgezet als een semi-militair corps. Bestaande uit een 'actief' (brigades) en

een 'administratief' gedeelte, ieder met hun eigen rangen. Het administratieve gedeelte bestond uit een

aantal ‘directions’ (administratieve bureaus) verdeeld over het Franse rijk. Deze ‘directions’ waren weer

onderverdeeld in vier douanes ‘divisions’ (divisies), elk van deze 'divisions' werd aangestuurd door een

hoge ambtenaar, de ‘administrateur ‘ genoemd. Deze 'divisions' werden ook 'legions' genoemd, gelijk als

 bij de gendarmerie. De opzet van deze ‘directions’ was als volgt, (In Februari 1812):

 

 

-Premiere division, kantoren in de steden:

Toulon, Cette, Perpignan, Saint Gaudens, Baionne, Bordeaux, La Rochelle, Nantes, Lorient.

 

-Deuxieme  division, kantoren in de steden:

Brest, Saint Malo, Cherbourg, Rouen, Abbeville, Boulogne, Dunkergue, Besancon.

 

-Troisieme division, kantoren in de steden:

Marseille, Nice, Genes, Livourne, Florence, Rome, Foligno, Parme, Voghere, Verceil, Geneve,

 Trieste.

 

-Quatrieme division, kantoren in de steden:

Anvers, Rotterdam, Amsterdam, Groningen, Embden, Hambourg, Lunebourg, Wesel, Cologne,

Mayence, Strasbourg.

 

 

 

Elk van deze 'directions' (oftewel douane bureaus) met al zijn administratieve krachten, werd aangestuurd

door een douane directeur,  deze communiceerde weer met het desbetreffende ‘division’ waaronder hij viel.

Voor alle werkzaamheden rondom deze bureaus had men vele specifieke functies, elk met hun eigen taken.

 

 

 

__________________________

 

4 douaniers, waaronder een officier, opgetekend in Hamburg 1809

____________________________

 

 

 

 

(2) De brigades

 

Los van het administratieve gedeelte waren er de douane brigades, hun posten verspreid op strategische

plaatsen verdeeld over de Franse arrondissementen. Men werkte aan de landsgrenzen, kusten en grote

rivieren met onzichtbare zogenaamde ‘linies’, een 1ste en 2e linie, verbonden via douaneposten die via een

van te voren bepaalde afstand van elkaar af lagen.

 

 

Hun voornaamste taak was eerst het controleren van in en uitgaande goederen, grensbewaking, en het

uitoefenen van allerlei politietaken o.a. ordebewaking(vaak in samenwerking met de gendarmes), zoals

ook al opgesteld in 1791. Hierbij kwam later de opsporing van deserteurs en dienstweigeraars, het

beschermen van hoge functionarissen en leger-officieren, bewaking van krijgsgevangenen en 

terugkerende militaire inzet van de brigades.

 

 

De minimum leeftijd bij indiensttreding bij de Douane was 20 jaar. De maximum leeftijd was 30 jaar.

Mits men eerder had gewerkt in een andere bestuursdienst of als men meer dan 8 jaar in het leger of bij

de marine had gediend (en men zich bij de douane aanmeldde in hetzelfde jaar van ontslag. Dan was

een maximum leeftijd grens van 40 jaar toegestaan.

 

 

 

__________________________

 

Kleine douaneposten geplaatst als een soort 'linie van posten' langs de kusten,

elk bezet door een aantal douaniers. Bij het spotten van smokkelaars werd een

(rode) vlag gehesen, waardoor de nabij gelegen posten ook werden gewaarschuwd

en konden mee ingrijpen.

____________________________

 

 

 

 

Functies en rangen binnen de brigades

 

-Controleur der brigade:

De hoogste rang/functie binnen de brigade was die van controleur der brigades. Hij was verantwoord-

elijk voor de hele (algemene) gang van zaken in zijn arrondissement. Verantwoordelijk voor de discipline

bij de brigades in het arrondissement. Hield veranderingen in orders bij, legde deze vast en controleerde

of deze ook werden uitgevoerd. Kon hij preposes naar voren schuiven voor een bevordering, maar ook

voor een bestraffing. Wat dan weer beoordeeld werd door de douane directeur, waaronder  het

arrondissement viel.

 

-Captain:

Hierna volgde de rang van douane kapitein (de ville, van de stad). Deze werden alleen ingezet in de

grote steden, vaak alleen in de hoofdstad van het arrondissement, waar zij verschillende brigades

aanstuurden.

 

-Lieutenant principaux (principal):

In functie hetzelfde als de controleur, maar dit alleen in minder belangrijke en minder grote arrondis-

sementen, en viel direct onder aansturing van een douane inspecteur of sous inspecteur.

 

-Lieutenant dórdre:

Tijdelijke baas over de brigades in een arrondissement, dat extra aandacht enextra controle benodigde.

En o.a. alle dagreportages van de luitenanten controleerde.

 

-Lieutenant et sous lieutenant:

Feitelijke chef der brigades, waarbij de sous lieutenant de taken van de lieutenant overnam als deze afwezig

 was.

 

-Prepose:

De meest voorkomende functie binnen de brigades, feitelijk de 'backbone' van het hele corps.

 

 

(note: de rang van brigadier die nog wel eens wordt genoemd in de oude boeken, bestond nog niet onder

Napoleon I, deze rang werd later pas ingevoerd)

 

 

 

_______________________________

 

2 douaniers doorzoeken goederen in een haven (E.Fort)

___________________________

 

 

 

 

Een douane post:

 

Een douanepost was vaak niet meer dan een gehuurd pand of woning, dat als administratief bureau

fungeerde, om bezoekers te ontvangen en om enige goederen in op te slaan. Het was verplicht om bij elk

bureau een uithangbord te plaatsen met de tekst Douanes Imperiales. Slaapverblijven en woonruimte waren

ergens anders voorzien, namelijk een woning of een kamer in een herberg, waar men voor een bepaald

bedrag huur verbleef, eventueel samen met zijn gezin. De posten hadden ook voorgeschreven openingstijden:

 

Van 1 april tot 30 september van 7.00 - 1200 uur en van 14.00 - 19.00 uur. In de periode 1 oktober tot

31 maart van 8.00 - 12.00 uur en van 14.00 - 18.00 uur.

 

Was het normaal de luitenant die de administratieve handelingen bijhield, werd deze taak echter ook vaker

overgenomen door de belastinginner (receveur), die zijn ronde deed over verschilde posten onder het ‘direction’

en soms ook tijdelijk op een post verbleef. Werd ergens een nieuwe post geopend dan werd dit bekend gemaakt

via decreten, opgehangen in de dichts bijzijnde parochies.

 

 

 

____________________________

 

Een afgelegen douanepost vlak bij een grote rivier

_____________________________

 

 

 

Groene uniformen overal

 

Door al deze taken werden de douane brigaden een bijna dagelijks terugkerend iets, in het dagelijkse

leven van vele burgers, die leefden in het Franse rijk. Hun functie was het meest gevaarlijke maar

tevens ook het slechts betaalde. Het gemiddelde loon voor een douane prepose, de laagste rang in de

brigade, was vastgesteld op 500 franc per jaar. Maar was de beloning in afgelegen (lees gevaarlijkere)

gebieden hoger en lag dan op een 900 franc per jaar.

 

 

Tevens was er een soort van bonus regeling (soms ook een percentage van in beslag genomen goederen)

maar ook voor iedere deserteur, dienstweigeraar, crimineel etc, die door een douanier of brigade werd

opgepakt. Verder had men toen al recht op verlofdagen, vergoedingen via declaraties (met een maximum

grens voor iedere rang) en recht op een pensioen van de staat. Een eventueel eigen ontslag kon

schriftelijk aangevraagd worden.

 

 

 

Bezittingen:

 

Om een idee te krijgen wat een doorsnee douanier nou zoal bezat;  Hier een lijst van bezittingen van

een Franse prepose (Carbonneaux) die werkzaam was in Duitsland in 1811. Wat al gelijk al opvalt is

dat blijkbaar voor een prepose, vele kleding geheel van katoen en zelfs enkele stukken van zijde,

betaalbaar waren.

 

 

Terwijl zoals al beschreven, de brigades in het veld dag en nacht hun veel gevaarlijker werk moesten

uitoefenen, werkten de administratieve eenheden relatief veel veiliger op hun kantoren, en werden deze

ook beter betaald dan de mannen binnen de brigades. Door deze ongelijkheid was er dan ook altijd

veel spanning tussen beide. De naar verhouding lage betaling en het feit dat men geplaatst werd in

een positie om gemakkelijk veel geld te kunnen verdienen, zorgde ervoor dat vele douane beambten

binnen de brigades zich schuldig zouden maken aan corruptie, door vergoedingen te ontvangen van

smokkelaars om hun spullen door te laten, of door zelf spullen te gaan smokkelen.

 

 

Straffen hiervoor waren echter zeer hoog, een douane beambte die werd opgepakt voor corrupte

praktijken kon rekenen op lange gevangenis straffen in ijzers of zelfs om gefusilleerd te worden.

Ondanks deze maatregelen was er veel corruptie onder de beambten en bedacht de administratie

steeds nieuwe regels om corruptie tegen te gaan. Zo mochten douane beambten niet dicht bij de grenzen

 wonen en werden ze regelmatig verplaatst op andere posten.

 

 

 

Indeling brigades

 

Een gemiddelde functionele brigade in het veld, bestond uit een 7/8 douane preposes (of minder,

afhankelijk van hun taken), vaak een tweede (sous) luitenant en een luitenant. Bij samengevoegde

brigades was er ook vaak een tamboer ingedeeld. De brigades in het veld werkten ook al met honden

die een smokkelaar of deserteur  konden tegenhouden. De hogere rangen zoals de kapitein of controleur

der brigades, voerden hun werkzaamheden voornamelijk uit op hun kantoor,  en zullen zelden met de

 brigades zelf in het veld onderweg zijn geweest.

 

 

 

________________________________

 

Een aantal smokkelaars brengen hun verboden goederen aan de kust

________________________________

 

 

 

 

De Continentale Blokkade

(oftewel het Continentaal stelsel)

 

Is een reeks van besluiten, die te samen een economische oorlog vormden tussen Engeland en Frankrijk

en eigenlijk parallel liep met de militair gevoerde oorlog. Het was Engeland en niet Frankrijk (zoals meestal

wordt aangenomen) die hiermee startte in 1803. In dit jaar begon Engeland de invoer van waren uit

landen met Franse invloed reeds te belemmeren, en maakte daarbij handig handig gebruik van Engelands

sterke zeemacht om hun verbodsbepalingen kracht bij te zetten.

 

 

In 1806 verklaarde Engeland de gehele kustlijn van Brest tot Hamburg voor geblokkeerd. Waarop

Napoleon antwoordde met het decreet van Berlijn, waarbij alle handel met Engeland verboden werd aan

Frankrijk en met Frankrijk verbonden landen. Engeland ging hierop nog een stap verder; alle vreemde

schepen (ook de neutrale) moesten Londen en andere Engelse havens aandoen om daar gevisiteerd te

worden en om verlof te vragen(voor grof geld) om hun reis te kunnen voortzetten.

 

 

Napoleon reageert

 

Napoleon riep hierna het decreet van Milaan uit in 1807, dat elk schip, dat zich aan deze eis zou onder-

werpen, verbeurd werd verklaard mocht het weer een Franse of een van de verbondenenhavens

aandoen. Door deze blokkades stegen de prijzen van koloniale goederen enorm, en het bedrijf van

smokkelen werd zeer winstgevend. Gehele klassen binnen de bevolking hielden zich ermee bezig,en werd

er gesmokkeld  op een schaal zoals nog nooit eerder in de menselijke geschiedeniswas voorgekomen.

 

 

Door de grote winsten,  het vele geld, betrekkelijk makkelijk verdiend en ook weer verbrast werd

gewoon werk vervolgens geminacht. Niet alleen de smokkelaars zelf waren betrokken bij het

smokkelen maar ook de talloze tussenpersonen, die zorgden voor vervoer binnenslands,meest te

water, en eindelijk zij, die het waren in de grote steden, de goederen in ontvangstnamen en opsloegen

in geheime bergplaatsen, vanwaar zei heimelijk de de consumenten bereikten.

 

 

Middelpunt van de smokkelhandel in het noorden werd de kust van Oost Friesland met haar talloze

baaien en inhammen, van oudsher een oord voor zeerovers en smokkelen. Napoleon kon niet voor-

komen dat van hieruit geweldige hoeveelheden verboden waren aan land werden gebracht. De bewaking

die alleen vanuit landszijde kon geschieden (i.v.m. de aanwezige Engelse marine) was onvoldoende.

 

 

Ondanks hoge aantallen binnenkomende goederen, waren deze al niet meer te betalen door de

'gewone man', doordat de algemene welvaart in vele landen was ingezakt; door de aanhoudende oor-

logen, belastingverhogingen en de blokkades. Deze achteruitgang deed zich echter voornamelijk

voelen in de grotere steden in tegenstelling tot de betrekkelijke welvaart op het platteland.

 

 

Immers voor veel producenten en boeren in eigen land was de blokkade juist een voordeel. Door het

gemis en wegvallen van de Engelse goederen, steeg de vraag naar waren uit eigenland. Productie in

graan en suiker steeg, men begon overal met het planten van suikerbieten,ter vervanging van de riet-

suiker. Ook de textiel industrieën in Nederland bloeiden weer op.

 

 

Stad van de smokkelaars

 

In de latere jaren van het Franse rijk (1810-1814), liet Napoleon Engelse smokkelaars toe in de

Franse havens Duinkerken en Gravelines, en motiveerde hun om verboden goederen te vervoeren

over het kanaal. In Gravelines waren zelfs woonplekken geregeld voor ongeveer 300 smokkelaars, dit

in een bepaalde plek van de stad ook wel genoemd: 'stad van de smokkelaars'.

 

 

Napoleon gebruikte deze smokkelaars in zijn oorlog tegen Engeland. Deze arriveerden op de Franse

kusten met ontsnapte Franse soldaten, gouden Guineas, Engelse kranten, informatie van Franse

spionnen en voeren weer terug volgeladen met Franse textiel, Franse brandy en gin. Hiervoor werden

zelfs geheel nieuwe stokerijen opgezet, een ervan opgericht in 1812, distellerie Persyn, bestaat

nog steeds, Hier

 

 

>> W.I.P.

 

Meer info over de Continentale blokkade vindt je o.a. op de site van Wikipedia:

Continentale blokkade

 

 

 

_________________________________

 

Afgebeeld een drietal manieren die werden gebruikt om

verboden goederen te smokkelen over water.

_________________________________

 

 

 

Een Leger van Smokkelaars

 

In 1806 (vlak na het uitroepen van de blokkade aan Franse zijde) waren er al minstens meer dan

100.000 smokkelaars actief om de blokkades te omzeilen. Actief mee ondersteund door Engeland,

kwamen de verboden goederen het Franse rijk massaal binnen. Het aantal smokkelaars steeg nog eens

flink in de jaren erop, sommigen goed georganiseerd en goed bewapend. Een steeds terugkerend gevaar

voor  de douane eenheden, die zwaar in de minderheid (in de vroegere jaren 22.800 man verspreid over

het hele rijk), niet veel konden uitvoeren tegen deze overmacht.

 

 

Desondanks dit werd de strijd tegen smokkelaars en smokkelwaar hard ingezet, zelfs met douane

brigades die op vijandelijk grondgebied raids inzetten om de zich daar bevindende grote ladingen Engelse

goederen te vernietigen of mee te nemen.

 

 

Militaire commandanten en de bestuursorganen moesten de Douane altijd hun ondersteuning aanbieden

als hierom gevraagd werd. Nationale garde, linietroepen en de Gendarmerie nationale moesten ook altijd

hun medewerking verlenen. Weigeren werd bestraft als ongehoorzaamheid aan de Franse staat.

(Een voorbeeld hiervan is de ondersteuning van het 85ste linie regiment in het doorzoeken van huizen

in de stad Hamburg, op zoek naar verboden Engelse goederen).

 

 

_____________________________

 

Een groep smokkelaars gevolgd door douaniers

_____________________________

 

 

 

Confrontaties

 

Confrontaties met smokkelaars kwamen vaak voor, die dan ontaarden in kleinschalige gevechten aan

de kusten of ergens op het platteland, waarbij menigeen aan beide zijde zijn leven verloor. Maar ook de

douaniers op de kleine douane schepen die verplicht (ondanks de overal aanwezige veel sterkere Engelse

marine) zee moesten kiezen, en eenmaal ontdekt, door eerder genoemde werden aangevallen en vaak

geënterd, hadden geen gemakkelijke taak. Engelse zeelieden noemden hun: de regies.

 

 

 

Door hun opgelegde taken waren ze niet geliefd.  De strijd tussen douaniers verharde ook naargelang

de blokkade langer ging duren. In verhouding met een gewoon soldaat was het werk van een douanier

ook gevaarlijker. Een kans om gedood te worden of zwaar gewond was voor een soldaat bijna alleen

van toepassing tijdens deelname aan een veldslag, daarnaast had hij een relatief veilig leven tussen zijn

kameraden van het regiment.

 

 

Een douanier kwam iedere dag in een situatie terecht waarin hij gewond of vermoord kon worden,

hij was meestal omringd door een vijandige omgeving, en naar verhouding altijd flink in de minderheid

tegenover de bendes smokkelaars, die gewapend en onherkenbaar zich door de contreien bewogen.

 

 

Men leest vaak dat douaniers werden vermoord, werden verrast en doodgeschoten in een hinderlaag

(zelfs op hun eigen posten), waarvan de smokkelaars precies wisten waar die lagen. Men moest opstanden

neerslaan en rebellie tegengaan, en werd vaak betrokken in lokale vechtpartijen.

 

 

 

____________________________

 

Smokkelaars in een boot naderen de Franse kust

______________________________

 

 

 

Geen lieverdjes

 

Wederzijds waren douaniers in de brigades natuurlijk ook geen lieverdjes te noemen, vaak al als

soldaat gediend hebbende in het leger was men gehard en gewend aan bepaalde vormen van geweld

die men had meegemaakt of aan had deelgenomen tijdens militaire handelingen. En was men dus

ook sneller bereid om geweld te gebruiken op een bepaalde plek en situatie, waar men altijd als een

vijand werd gezien en waarschijnlijk ook zo werd behandeld.

 

 

Officieel vastgesteld was het iedereen verboden om douaniers te beletten in het uitvoeren van hun

functie, te verwonden of slecht te behandelen. Dit op straffe van een algemene boete van 500 franc,

daarnaast naargelang de zwaarte van de overtreding nog andere straffen.

 

 

 

Douane regimenten

 

Na de ramp voor het Franse leger in Rusland (1812), trokken de laatste resten zich terug tot in Duitsland.

Tussen het leger en de Russen werd een dunne groene barrière gevormd van douane eenheden, verzameld

en aangevoerd door Marshall Davout en douane directeur Pyonniere. Ook wordt er een douane regiment

opgezet, dit na een bevel van Davout zelf uitgeschreven op 17 augustus 1813, bestaande uit 2 bataljons

met elk 6 compagnieën, met eigen cavalerie en artillerie eenheden, samen zo'n 2000 man sterk.

 

 

 

Beleg van Hamburg

 

Douanes eenheden werden toegevoegd bij onderdelen van het leger, aangevoerd door  leger officieren

of de eigen officieren. Bij het beleg van Hamburg, werden eenheden ingezet voor de verdediging van de

bastions. Een speciale eenheid 'scherp- schutters', onder commando van douane kapitein Lavandeze,

werd ingezet om met een groot kaliber haakbussen, gemonteerd op een houten constructie, op grote

afstand vijandelijke eenheden uit te schakelen (waarschijnlijk de officieren). Vanaf de Hamburgse haven

namen kleine douane kanonneerboten de vijand ook hevig onder vuur. Helaas ook in Hamburg waren

er niet alleen douaniers die vochten voor de Franse zaak, maar waren er ook douane collega's die

meer financieel bezig waren..

 

 

..Vlak voor de vrije uittocht van het Franse leger uit Hamburg in 1814, probeerden douaniers het geld mee

te nemen uit een aldaar gelegen bank. Deense matrozen die waren vastgehouden in Altona (een

voorstad van Hamburg) voorkwamen dit, er ontstond een hevig gevecht waarbij aan de kant van de

douaniers 30 doden vielen.

 

 

_______________________________

 

Plan van de vestingstad Thionville o.a. verdedigd door douaniers in 1814 en 1815

__________________________________

 

 

 

1814

 

Begin 1814 stort het gehele douane systeem helemaal in. De overgebleven Douane eenheden werden

samengevoegd in het huidige België en aan de Franse grens om het Franse grondgebied en haar grens-

steden te blijven verdedigen. In steden zoals Mayence, Landau, Strasbourg, Huningue, en meer in het

westen: Thionville, Metz, Belfort en Besançon en in vele andere steden bevonden zich garnizoenen

waarin ook grote aantallen douaniers aan deelnamen, douane eenheden vochten ook mee tijdens de

laatste verdediging van Parijs.

 

 

Na het vertrek van Napoleon in 1814, kreeg het corps zijn oude naam terug, de 'Douanes Nationales'.

Ondanks dat er grote aantallen keizer gezindten onder de mannen zaten, werden er geen zuiveringen door-

gevoerd. Een grove fout, want het gehele corps schaart zich dan ook weer gelijk achter Napoleon als

deze op 1 maart 1815 voet op wal zet in Antibes (Frankrijk). In zijn weg naar Parijs werd hij vrijwillig

gevolgd door o.a. meer dan 500 douaniers  om zijn veiligheid te waarborgen en eventuele vijanden

tegemoet te treden.

 

 

 

_________________________________

 

Afgebeeld een douanier 'a cheval en a pied', maker onbekend

________________________________

 

 

 

Douanes eenheden te Waterloo ?

 

In mei 1815 wordt weer melding gemaakt van douane eenheden in voorpost gevechten met Pruisische

legereenheden  aan de Franse grens. Tot op heden is het ons nog steeds niet bekend of er daadwerkelijk

ook Douanes eenheden hebben meegevochten voor en tijdens de slag om Waterloo. Mocht hierover ooit

iets gedocumenteerd zijn dan zijn deze documenten waarschijnlijk mee verloren gegaan tijdens de

vernietiging van het Franse Douane archief in Parijs (einde 19e eeuw), door een grote uitslaande brand.

 

 

Aannemelijk is het echter wel, er waren in 1815 nog veel grote aantallen douaniers, die na het inkrimpen

van het Franse rijk en het opheffen van de continentale blokkade weinig anders om handen zullen

hebben gehad dan bijvoorbeeld samen met het leger te worden ingezet. In een lijst die de sterkte van

Napoleons leger weergeeft (opgezet in Juni 1815), wordt melding gemaakt van 12.000 douaniers,

geïncorporeerd in het leger.

 

 

Douanier Sacré

 

Echter een klein bewaard gebleven document zou een indirect indicatie kunnen zijn, dat er misschien

wel douaniers hebben meegevochten. Douanier  Sacré was werkzaam in het Nederlandse Hindelopen, en

zal waarschijnlijk in 1813 het land hebben verlaten samen met de resten van het Franse legers en vele

van zijn collega's. De eerstvolgende vermelding over hem is op 19 augustus 1815, dit in het militaire

ziekenhuis te Philippeville (vlak onder Charleroi en Waterloo). Alwaar hij op eerder genoemde datum aan

zijn verwondingen is overleden, in de functie als douanier. (genoteerd op 19 augustus 1815 aldaar door

een informé).

 

 

Mogelijk is  dat Sacré gewond is geraakt tijdens de gevechten rondom Waterloo, natuurlijk zou hij ook

pas op een later datum zijn verwondingen hebben opgelopen, dus bij gevechten die volgden na de slag

om Waterloo (in de buurt), zeker zullen we dit nooit precies weten. Hard bewijs ontbreekt tot nu toe

nog steeds. Bekijk ook de site van het Belgische Waterloo museum: Hier

 

 

 

________________________________

 

Schilderij van Napoleon, vlak voor de slag om Waterloo

________________________________

 

 

 

Na Waterloo

 

Na de nederlaag te Waterloo in Juni 1815, trekt het ontredderde Franse leger zich terug op Franse bodem,

Pruisische legers naderden de Franse grens en Franse grenssteden. Ook nu worden deze verdedigd door

o.a. de douane eenheden, in versterkte steden zoals Givet, Belfort, Longwy  en Rodemack bieden deze

onder aanvoering van generaals zoals generaal Hugo en enkele andere overgebleven generaals nog

weerstand tot op het eind van November 1815, vijf maanden na Waterloo!

 

 

Uiteindelijk werd na verscheidene oproepen vanuit Parijs (door de nieuwe vers geïnstalleerde Franse

regering), de strijd gestaakt en een vredesverdrag gesloten. Vlak hierna verdwijnt de keizerlijke adelaar

voorgoed van de douane uniformen en wordt het corps omgevormd voor de tweede keer tot de 'douanes

nationales'. Ditmaal echter wel gevolgd door een zuivering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruikte Bronnen en behulpzame personen:

Documenten: Cahier des Douanes (Douane France), Douanemuseum Bordeaux, Douane en accijnsmuseum Rotterdam,

Douane-museum Antwerpen, Boek: Legislation de Douanes 1813, Edmond Zotto, Andre Lucot,Boek: Memoires de General

Hugo 1814, Laura Sacre, Sebastiaan Berntsen, Boek: Le fiamme gialle d'Italia,E.Fort, Lienhart & Humbert, Joost Welten, Boek:

Napoleons Europese droom, Website: Genealogie 19 eeuwse militairen, Erven van Charles Hare, Albert van E, Boek: De

Fransche Tijd, Boek: 1815 Waterloo, tientallen originele vertaalde documenten en teksten op vele verschillende internet

websites.