Coevorden 1813 - 1814

Op 17 november 1813 werd door het driemanschap van Hogendorp, Van Limburg Stirum en Van

der Duyn van Maasdam, de onafhankelijkheidsproclamatie afgekondigd, die echter op

Coevorden nog niet van toepassing was.


Van “Oranje boven”, “Holland is vrij” ! Kwam nog niet veel terecht. Napoleon had Coevorden

bestemd tot “spervesting”, het zou evenals Delfzijl zolang mogelijk tegen de vijand verdedigd

moeten worden. In Champagne deed Napoleon verwoede pogingen zijn kroon te behouden, in

Nederland volgden dan ook vele officieren zijn voorbeeld en gaven het hun toevertrouwde niet zo

maar op.


Zij hadden tevens ook nog vele ondergeschikten waarvoor ze verantwoordelijk waren en dus

bleven ze op hun post. Ook was er nog marshall Davout die vanuit Hamburg de Nederlanden

bedreigde. Al met al redenen voor de garnizoenscommandant van Coevorden; de

Luitenant-kolonel Joseph Martin David, zich niet zo maar over te geven.


De burgers van Coevorden hebben vast de toebereidselen voor een grondige verdediging met

gemengde gevoelens bekeken. David was een fanatiek Napoleon aanhanger, maar ook een zeer

kundig officier, die in de twee jaar dat hij Coevorden commandeerde, de stad en omgeving erg

goed leerde kennen.

Het garnizoen bestond uit zo’n 500 man, in november met nog eens 300 man aangevuld. Hierbij

inbegrepen 100 man Nederlanders en Ostfriezen. Volgens Veenhoven in “de Historie van

Coevorden”,was dit lang niet voldoende voor een doeltreffende verdediging.


Het corps van de Nationale Garde onder J.J.Woltersom, H.Dommers en C.Rikkers, werd ontbonden

en moest van de Franse commandant de wapens inleveren. Reeds op 15 september gelast David

dat mesthopen en dergelijke binnen een afstand van 300 voet van de vesting binnen 24 uur

opgeruimd moesten zijn. Op de wallen stonden 138 kanonnen en mortieren.

Er waren in de stad vier kazerneblokken. Dat van de Friese Poort was hiervan het grootst. De

overige kazernes waren bij de wallen aan het einde van de Salland Passage. In de Kerkstraat zat

het paardenvolk, evenals bij de Bentheimerbrug. Als militaire gebouwen deden dienst het kasteel

en het arsenaal.
 

 

    

 -Het rode kasteel van Coevorden in zijn huidige staat, meer info over dit mooie kasteel ;

 

 


Waaruit bestond het garnizoen ?
-2 compagnieën, 1e batterij 4e regiment Zwitsers
-4e compagnie van het 4e bataljon, de 2e compagnie van het 5e bataljon veteranen

-4 compagnieën douaniers
-1 detachement van het 26e compagnie van het 9e regiment artillerie te voet

-enige gendarmes

Inderdaad leek het niet te veel voor een vesting met dubbele grachten en zeven bastions. Voor

proviand werd goed gezorgd: 108 varkens, 53 ankers jenever, 324 ankers rode wijnen, 270 stères

brandhout,4.529.250 stuks lange turven, 40.000 ponden roggenstroo. Dit alles binnen 5 dagen te

leveren!!


De rekwireren zou nog doorgaan tot 15 november. Hierna zorgden de Fransen via hun uitvallen wel

voor voldoende proviand.

David trad tegen de bevolking nogal streng op en ook nogal eens erg willekeurig. Dat maakte de

taak van Maire Slingenberg er niet eenvoudiger op. De vroegere patriot vermeed echter botsingen

en bleek een uitstekend volksvertegenwoordiger te zijn.

 

Het werd druk in de vesting: kanonskogels kwamen uit Groningen. Het hout voor de palissaden

aan de grachten moesten de Maires van de omliggende gemeenten maar leveren! De boeren saboteerden waar ze maar konden: kogels rolden ze van hun karren, hooi laadden ze verkeerd op.

Op een nacht haalden ze zelfs eens vee, dat geleverd was aan de Fransen, uit de stallen van Dalen.


In oktober en november 1813 kwamen maar liefst 2700 wagens met voorraden van uiteenlopende

aard Coevorden binnen. Op de Loo, Poppenhare en het Leeuwerikenveld werden bomen gekapt.

Alles wat in de weg stond werd met de grond gelijk gemaakt. Via sluizen tussen Gracht en Kleine

Vecht werd een gedeelte van het voorterrein onder water gezet. Een ieder die tegenwerkte zou naar

Groningen gestuurd worden en aldaar als oproerkraaier terecht staan!

 

    

  -Kozakken bivak

 


De Kozakken komen
Op 12 november 1813 verschijnen de eerste afdelingen Kozakken voor de stad.
Een kleine groep eist

aan de Bentheimerpoort de overgave in naam van de Russische Keizer. Het handjevol Kozakken

maakte echter maar weinig indruk op de verdedigers.


De volgende dag werd Coevorden opgeëist in naam van de Zweedse koning. Het opnieuw weigerende

antwoord werd naar Esschebrügge (Dld) gestuurd, vanwaar de Kozakken reeds naar Hardenberg

vertrokken waren.


Een afdeling van zo’n 50 Kozakken legerde zich in Dalen. In Coevorden werd nu de staat van beleg

afgekondigd. Dit was niet zo leuk voor de burgers, die ’s morgens voor 9 uur en ’s avonds voor 8 uur

niet meer uit hun huizen mochten komen. Als burger mocht je niet meer op de wallen komen, op

overtreders werd direct geschoten!

 

Timmerlui en meubelmakers werden ingedeeld bij de genie. De stadsmolen mocht alleen nog malen

voor het garnizoen. Burgers mochten van militairen geen goederen meer kopen. Op overtreding van

de regels stonden strenge straffen: de uurwerkmaker die vanaf de toren naar buiten keek kreeg nog

eens een extra waarschuwing. Als hij het nog eens waagde buiten de vesting te kijken, zou hij op de

markt te schande gezet worden!
 

 

Uit de stad gezet
David beval dat alle inwoners voor minstens 10 maand voedsel in huis moesten
halen. Degene die dit

niet konden werden zonder pardon de stad uitgezet. In de maanden november en december waren

dit zo’n 147 mensen.


De vesting commandant vond dat de Coevordse bevolking nogal onbeschoft optrad en stelde daarop

de volgende bepalingen vast (1 december):


1. Bij de eerste kanon schot, hetzij van de vesting, hetzij van de vijand, moest iedere inwoner zijn
huis

opzoeken en daar tot één uur na het laatste schot niet meer uitgaan.

2. De kinderen mochten niet meer spelen op de markt op de straten of op de wallen.Wanneer een

militair door een kind werd beledigd, zou het gevangen genomen worden en streng gestraft.

De rekwisities gingen nog steeds door, sommige mensen verzetten zich hier hevig tegen,
wat tot

gevolg had dat ze gevangen gezet werden: er hebben burgers wel 14 dagen lang, zonder deken,

matras, vuur of licht in het cachot doorgebracht. En dat in de strenge winter van 1813/14. Het zal

geen pretje geweest zijn.


David had nog andere leuke werkjes: zo moest het ijs op de grachten iedere dag gebroken worden.

Soms waren er over de 100 burgers met deze brekerij doende. (het grootste aantal te werk gestelde is

146 burgers geweest).
 


De Fransen laten kun tanden zien

Om de belegeraars te verontrusten en tevens de toch wel slinkende voorraad
levensmiddelen aan te

vullen, werden in de maand december de eerste uitvallen gedaan. Op 10 december probeerden de

Fransen Dalen te overvallen. Vijftig Kozakken wisten te samen met de op initiatief van de Daler

burgemeester G.W.R. Kymmell opgerichte landweer of landstorm corps; zo’n 300 boeren bewapend

met hooivorken, bijlen, jachtgeweren, de aanvallers terug de drijven. Echt fel gevochten werd er nog

niet.


De volgende dagen probeerden de Fransen het nog eens en werden nu met de grootste moeite

teruggeslagen. In Coevorden teruggekomen moest de bevolking het ontgelden: er vinden enkele

plunderingen plaats. Overste David wilde nu toch wel eens laten zien wie de sterkste was, op

15 december rukte hij uit met maar liefst 800 man en 2 kanonnen.


Dit werd de Dalenaren te veel, de landweer ging op de vlucht! Alleen de commandanten
Van der Hoya,

Kymmell, Cassa, Ditt Braams en nog enkele anderen hielden stand. Zij konden echter niet voorkomen

dat de Benter molen in brand gestoken werd.

 

 

Geruchten

Daar David echter geruchten had gehoord over een overnamen van de stad tijdens zijn afwezigheid,

durfde hij zich niet te ver van de vesting te verwijderen. In de stad werden hierna nog strengere

maatregelen genomen.

 

Er zou b.v. onmiddellijk geschoten worden op groepjes van 2, 3 of meer burgers, waar dan ook in de

stad. Natuurlijk was er voor overtreders de krijgsraad. Soldaatje uitschelden kwam een aantal

kinderen op zweepslagen te staan.


18 december volgde een uitval naar de Loo, drie dagen later nog eens, waarbij negen huizen en de

oliemolen in vlammen opgaan. Door de aangekomen versterkingen in Dalen..

 

-4 compagnieën veteranen o.l.v. Baron van Heemstra

 

..besloot David op 27 december een uitval te wagen naar de kant van Gramsbergen.De Scheer,

Holthone en Anerveen werden behoorlijk geplunderd. Het gevolg van deze uitval was, dat nu overal

rondom Coevorden afweerkorpsen opgericht werden. (Gramsbergen, Hardenberg, De Laar en

Emlichheim).


Op 4 januari leden de Fransen nogal wat verliezen bij een aanval richting Dalen. Er werd besloten om

maar eens een officiële afvaardiging naar de vesting te sturen om te proberen of de commandant zich

toch niet wilde overgeven.


David ontving deze afvaardiging persoonlijk. In zijn antwoordt dat hij de volgende dag gaf, stelde hij

de voorwaarde, dat zijn troepen vrije aftocht moesten hebben en zich dan mochten voegen bij het

leger van Napoleon dat op dat moment in Frankrijk was.

 

 

    

-Zwitserse soldaten, onderdeel van het Franse garnizoen

in Coevorden in 1813

 

 

Zwitserse soldaten deserteren
Dit voorstel werd zeer beslist afgewezen. Het reeds eerder genoemde openhouden
van de bevroren

grachten bleek niet alleen noodzakelijk voor de belegeraars. Wat was namelijk het geval? Vele

Zwitserse soldaten zagen het bij de Fransen niet meer zitten en verdwenen over het ijs naar de

“andere kant”, waar ze met open armen ontvangen werden. Ze werden meteen opgenomen in het

nieuwe Nederlandse leger..

De Franse uitvallen gingen echter door: 19 januari werden op Pikveld drie huizen in brand gestoken.

Over de resterende dagen van januari geen meldingen. In februari gebeurde er ook niets

verontrustends. In de maand maart werd het wat drukker. Dalen was weer eens doelwit. De hevigste

uitval zou echter richting Gramsbergen gaan.


29 april ’s morgens, bij het krieken van de dag, trokken de Fransen de stad uit. De batterij op de

Scheere werd buitgemaakt waarbij ook enkele krijgsgevangenen gemaakt werden. De hele dag werd

er hevig gevochten. Maar liefst 16 huizen en 11 schuren werden in brand gestoken te Holthone,

Steenwijksmoer en de Scheer zelf.

 

 

Terugtrekken
Als de Fransen ’s avonds terugtrekken hebben ze twee doden, 13 gewonden en
16 krijgsgevangenen

achter moeten laten. Het was een laatste stuiptrekking geweest. De door de blokkade commandant;

Van der Capellen gestuurde Staatscourant van 7 april, die op 29 april David bereikte, zal zeker zijn

invloed gehad hebben!


(Hierin stonden de artikelen over de Conventie der Bondgenoten met het voorlopige bewind in

Frankrijk: staking van alle vijandelijkheden en ontruiming van door Fransen bezette gebieden en

vestingen op vreemd gebied). David liet zich eindelijk overtuigen.

 

 

Bron: Website gemeente Coevorden

 

 

    

-Het huidige Coevorden, met nog duidelijk zichtbaar nog de vormen van de oude stadswallen